Riemann-variëteit

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de riemann-meetkunde, een deelgebied van de wiskunde, is een riemann-variëteit een reële differentieerbare variëteit M waarvan in elk punt p de raakruimte is uitgerust met een inproduct gp, een riemann-metriek, op een wijze die van punt tot punt glad varieert. De metriek gp is een positief-definiete symmetrische tensor, een zogenaamde metrische tensor.

In andere woorden, een riemann-variëteit is een differentieerbare variëteit, waarvan de raakruimte in elk punt een eindig-dimensionale euclidische ruimte is, waar aan elk punt een zekere metriek kan worden toegekend. Als metriek kan men verschillende meetkundige begrippen, zoals hoeken, lengten van krommen, oppervlakken (of volumen), kromming, de gradiënt van functies en de divergentie van vectorvelden, op een riemann-variëteit definiëren.

De riemann-variëteit is naast de lorentz-variëteit de meest gangbare wiskundige vertaling van het begrip gekromde ruimte. Bernhard Riemann, naar wie het begrip genoemd is, onderzocht intrinsieke eigenschappen van oppervlakken en andere gekromde ruimten, dat wil zeggen eigenschappen die niet afhangen van een inbedding in een hogerdimensionale euclidische ruimte of van het gebruik van een welbepaald coördinatenstelsel.

Riemann-variëteiten moeten niet worden verward met riemann-oppervlakken, variëteiten die lokaal als patches van het complexe vlak verschijnen.

Definitie

Zij M een n-dimensionale gladde variëteit, waarvoor in elk punt p een inproduct gp gedefinieerd is op de raakruimte TpM aan M in p.

In termen van een lokaal coördinatenstelsel (x1,,xn) wordt het inproduct volledig vastgelegd door wat het met de basisvectoren (b1,b2,,bn) (de partiële afgeleiden van positie naar elke coördinaat) doet.

Noem gij=bi,bj. Als de n2 functies gij glad (onbeperkt differentieerbaar) zijn in hun afhankelijkheid van p, dat wil zeggen als functies van (x1,,xn), heet g een riemann-metriek op M, en het paar (M,g) een riemann-variëteit.

Technisch kan men g beschouwen als een sectie van de bundel

T*MT*M

(tweederangs-cotensoren), waarin

T*M

de corakende bundel van M is.

Voorbeelden

De euclidische ruimte n is zelf een gladde variëteit, en de raakruimte in ieder punt pn is een kopie van n. Door elk van deze vectorruimten uit te rusten met het standaardinproduct

(x1,,xn),(y1,,yn)=i=1nxiyi

wordt de euclidische ruimte zelf een riemann-variëteit. De identieke transformatie is een kaart van n, en ten opzichte van dat coördinatenstelsel is

gij=δij

waarin δij de kroneckerdelta is: 1 als i=j en 0 als ij.

Een niet-triviaal voorbeeld is S2, de eenheidssfeer in 3. De raakruimte van S2 in een punt p kan gemodelleerd worden door het overeenkomstige raakvlak aan S2 in 3. Voor de oorsprong van de vectorruimte TpS2 kan het raakpunt p zelf genomen worden.

Deze raakruimten erven het inproduct van de euclidische ruimte 3 zoals beschreven in het vorige voorbeeld.

Beschouw de kaart op (een deel van) S2 die gedefinieerd wordt door de twee hoeken van de bolcoördinaten: φ is het azimut ten opzichte van de X-as, en ϑ de elevatie ten opzichte van het XY-equatorvlak (vgl. met geografische lengte resp. geografische breedte).

In een gegeven punt p(φ0,ϑ0) vormen de basisvectoren φ en ϑ weliswaar een orthogonale basis, maar geen orthonormale basis. De vector eϑ=ϑ is een eenheidsvector, maar de vector eφ=φ heeft lengtekwadraat

φ,φ=gφφ=cos2ϑ

Afgeleide begrippen

Met behulp van de metriek g worden uiteindelijk alle verdere lokale begrippen uit de differentiaalmeetkunde gedefinieerd. Enkele voorbeelden:

Algemene vormen

Een belangrijk deel van de differentiaalmeetkunde blijft nog overeind als de symmetrische bilineaire vorm g niet noodzakelijk positief-definiet verondersteld wordt, maar wel overal niet-ontaard in de zin dat de determinant van de bijhorende vierkante matrix der functies gij nergens nul is.

Een dergelijke constructie (M,g) heet pseudo-riemann-variëteit.

Als de determinant nergens nul is en M is samenhangend, is de index van g constant (als hij constant 0 is, dan is g positief definiet en betreft het een gewone riemann-variëteit).

Een lorentz-variëteit is een semi-riemann-variëteit waarvan de metrische tensor overal de index 1 heeft, dat wil zeggen dat een van de eigenwaarden negatief is, en alle andere positief. Meestal wordt aangenomen dat de dimensie ten minste 2 bedraagt.

Lorentz-variëteiten modelleren de ruimtetijd in de speciale en in de algemene relativiteitstheorie.

Zie ook