Differentiaalvorm

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een differentiaalvorm is een object uit de meetkunde. Het geeft een precieze betekenis aan begrippen als "georiënteerd volume van een deelruimte" of "georiënteerde integraal over een deelruimte". Het veralgemeent onder meer:

Differentiaalvormen leven in het algemeen op gladde variëteiten, dat zijn gekromde ruimten waarvan de punten plaatselijk kunnen beschreven worden met coördinaten. Dit artikel begint echter met de definitie van differentiaalvormen op de n-dimensionale reële Euclidische ruimte n.

Definitie

Zij k een natuurlijk getal. Het k-voudige uitwendig product van n met zichzelf is het antisymmetrisch tensorproduct, dus een quotiënt van het gewone tensorproduct waarbij sommige elementen met elkaar of met elkaars tegengestelde worden geïdentificeerd. Meer bepaald blijft het antisymmetrisch tensorproduct van k vectoren ongewijzigd onder een even permutatie, en verwisselt het van teken onder een oneven permutatie.

Λk(n)=k(n)/{v1vn(1)σvσ(1)vσ(n)|v1,,vnn,σSk}

Hier is Sk de symmetrische groep (permutatiegroep) op k elementen, en (1)σ is 1 of –1 naargelang de permutatie σ even of oneven is.

Een homogene differentiaalvorm van rang k, kortweg k-vorm, is een gladde functie van n naar Λk(n).

Opmerkingen

Voor k>n is Λk(n){0}. Men bestudeert dus gewoonlijk slechts differentiaalvormen van orde k=0,1,,n.

Voor k=0 is Λk(n). De 0-vormen zijn dus gewoon de gladde reële functies op n, in deze context ook scalairen genoemd.

De dimensie van Λk(n) is gelijk aan het aantal combinaties van k uit n.

Basis

Noteer {dx1,dx2,,dxn} voor de standaardbasis van n. Zij 1j1<j2<jk. Noteer

dxj1dxj2dxjk

voor het beeld van

dxj1dxj2dxjk

onder de canonische surjectie

k(n)Λk(n)

De vectoren

{dxj1dxjk|1j1<<jkn}

vormen een basis voor Λk(n). Elke k-vorm kan geschreven worden als een lineaire combinatie van deze vectoren met als coëfficiënten, gladde functies van n naar :

w(x1,,xn)=1j1<<jknwj1<<jk(x1,,xn)dxj1dxjk.

Interpretatie en voorbeelden

Intuïtief is een k-vorm een georiënteerde volumemeting in k dimensies. Formeel is het een som van 0 of meer objecten van de vorm

f(x1,,xn)dxj1dxj2dxjk

In drie dimensies definiëren we bijvoorbeeld een 2-vorm w en een 1-vorm q door

w=x1dx1dx2+x1dx1dx3
q=sin(x1x2)dx3+x2x3dx1

Uitwendige afgeleide

De uitwendige afgeleide of differentiaal van een k-vorm w is een (k+1)-vorm, genoteerd als dw met de volgende definitie

d(f(x1,,xn)dxi1dxik)=j=1nfxjdxi1dxikdxj

en verder op sommen van dergelijke k-vormen en op niet-homogene differentiaalvormen door lineariteit.

In de bovenstaande som zijn hoogstens nk van de n termen verschillend van nul, want door antisymmetrie is dxi1dxikdxj=0 als minstens een van de indices i1,,ik gelijk is aan j.

Voorbeelden

Zij w1 de 2-vorm gegeven door

w1=sin(x3)dx1dx2

Dan is zijn uitwendige afgeleide

dw1=cos(x3)dx1dx2dx3

De volgende 2-vormen hebben telkens uitwendige afgeleide 0:

w2=x1dx1dx2+x1dx1dx3
w3=cos(x3)dx1dx2dx3

Algemene definitie in gekromde ruimten

Zij M een n-dimensionale gladde variëteit met rakende bundel TM. De coraakruimte T*M is de duale bundel. De uitwendige algebra over T*M, genoteerd (T*M), is de oneindige directe som van alle antisymmetrische tensorproducten van T*M met zichzelf. Hij kan worden opgevat als de quotiëntalgebra van de tensoralgebra van T*M over een (tweezijdig) ideaal zoals hierboven bij de reële Euclidische ruimte.

De antisymmetrie in de definitie impliceert dat in de oneindige directe som alleen de eerste n+1 termen (k=0,1,,n) niet-triviaal zijn.

Een differentiaalvorm over M is een sectie van de bundel (T*M). Een k-vorm of homogene differentiaalvorm van rang k, over M is een sectie van de deelruimte k(T*M) der antisymmetrische k-lineaire vormen (cotensoren van rang k).

Schrijfwijze in lokale coördinaten

In een coördinatenstelsel (x1,,xn) is een differentiaalvorm een uitdrukking van de vorm

f(x1,,xn)+f1(x1,,xn)dx1++fn(x1,,xn)dxn+f12(x1,,xn)dx1dx2++f12n(x1,,xn)dx1dxn

Een k-vorm is een dergelijke uitdrukking waarbij alleen termen met uitwendige producten van precies k covectoren optreden. Bij een coördinatentransformatie gedraagt elke term afzonderlijk zich als een cotensor van rang k.

Interpretatie

De interpretatie als georiënteerde k-dimensionale volumemeting blijft gelden in gekromde ruimten.

Nulvormen zijn gewone reëelwaardige functies op M. Eenvormen zijn covectorvelden, ze meten de lengte van een vectorveld (eventueel negatief). Tweevormen zijn antisymmetrische bilineaire vormen op de raakruimte, ze meten de georiënteerde oppervlakte van het parallellogram dat wordt opgespannen door twee raakvectoren met hetzelfde aangrijpingspunt.

Volume en oriënteerbaarheid

De hoogst mogelijke k waarvoor niet-triviale k-vormen bestaan, is de dimensie n van de variëteit. Als k=n blijft er nog slechts één vrijheidsgraad over (de vezels van de cotensorbundel hebben dimensie 1):

w=f12n(x1,,xn)dx1dxn

Niet elke variëteit heeft een globale n-vorm die in ieder punt verschilt van 0. Als een dergelijke vorm bestaat, heet hij volumevorm en de variëteit heet oriënteerbaar.

Cohomologie

De uitwendige afgeleide d is een lineaire transformatie van (T*M). Steunend op de verwisselbaarheid van partiële afgeleiden kan men aantonen dat d2=0, m.a.w. de differentiaal van een differentiaal is triviaal.

Een k-vorm heet gesloten als zijn uitwendige afgeleide nul is. Een k-vorm heet exact als hij zelf de uitwendige afgeleide is van een (k1)-vorm. Exacte differentiaalvormen zijn gesloten, maar het omgekeerde hoeft niet altijd waar te zijn. In het bijzondere geval van de Euclidische ruimte n is elke gesloten differentiaalvorm exact.

Een voorbeeld van een gesloten vorm is de 2-vorm

w=x1dx1dx2+x1dx1dx3

Deze differentiaalvorm is tevens exact. Hij is de uitwendige afgeleide \mathrm{d}q van de 1-vorm

q=12(x1)2dx212(x1)2dx3

Beschouw de volgende 1-vorm op de tweedimensionale ruimte M=2{(0,0)}

w=x2(x1)2+(x2)2dx1+x1(x1)2+(x2)2dx2

Men verifieert rechtstreeks door berekening dat dw=0. Er bestaat echter geen 0-vorm (scalaire functie) f op heel M die w als differentiaal heeft. De functie

f(x1,x2)=arctanx2x1

voldoet aan df=,w maar ze kan niet globaal gedefinieerd worden zonder discontinuïteit, bijvoorbeeld met een "sprong" van +π naar π op de negatieve helft van de X1-as.

De uitwendige afgeleide maakt van de rij bundels der homogene k-vormen (k=0,1,,n) een coketencomplex. De bijbehorende cohomologie is de de Rham-cohomologie van de variëteit M. Het laatste voorbeeld toont aan dat de eerste cohomologie van

M=2{(0,0)}

niet triviaal is.