Centrum (groepentheorie)

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de abstracte algebra is het centrum van een groep G de verzameling Z(G) van elementen in G die commuteren met alle andere elementen van G:

Z(G)={zGgz=zg voor alle gG}

Het centrum Z(G) is een ondergroep van G, want

  1. Z(G) is niet leeg, omdat voor het eenheidsselement e van G geldt: eg=ge voor alle gG, dus eZ(G).
  2. Z(G) is gesloten onder de groepsbewerking, omdat voor alle x,yZ(G) geldt: xyg=xgy=gxy voor alle gG.
  3. Van elke xZ(G) is ook de inverse x1Z(G), omdat gx1=(xg1)1=(g1x)1=x1g voor alle gG.

Verder is Z(G) een abelse ondergroep van G, een normaaldeler van G en zelfs een strikte karakteristieke ondergroep Sjabloon:Nowrap maar niet altijd volledig karakteristiek. Het centrum van een groep is ook de doorsnede van de centralisators van alle elementen van de groep.

Het centrum van G is gelijk aan G dan en slechts dan als G een abelse groep is. Het andere uiterste is het als het centrum van G triviaal is, dat wil zeggen alleen uit het eenheidselement bestaat. G heet dan centrumloos. Het centrum is een begrip dat in de algebra meer algemeen voorkomt, voor meer structuren, maar de definitie komt steeds overeen met de hier gegeven definitie voor groepen.

Conjugatie

Voor elk element gG is er een speciaal automorfisme φg van G, gedefinieerd door:

φg(h)=ghg1

De elementen h en φg(h) zijn elkaars geconjugeerden. Een element hG dat met g commuteert, wordt door φg op zichzelf afgebeeld.

Van het groepshomomorfisme f:GAut(G) van G naar de groep van automorfismen van G, gedefinieerd door

f(g)=φg

is de kern precies het centrum Z(G) van G, en is het beeld de groep van inwendige automorfismen van G, genoteerd als Inn(G). Als gevolg van de eerste isomorfismestelling geldt:

G/Z(G)Inn(G)

De cokern van deze afbeelding is de groep Out(G) van uitwendige automorfismen, en deze vormen de exacte rij:

1Z(G)GAut(G)Out(G)1

Voorbeelden

Hogere centra

Als men het centrum van een groep wegdeelt, ontstaat een opeenvolging van factorgroepen, die men de hogere centrale rij noemt.

G0=GG1=G0/Z(G0)G2=G1/Z(G1)

De kern van de afbeelding GGi heet het i-de centrum van G, aangegeven door Zi(G). De definitie van deze rij kan door transfiniete inductie naar de transfiniete ordinalen worden doorgevoerd. De vereniging van alle hogere centra van een groep wordt het hypercentrum genoemd.[1]

De stijgende keten van subgroepen

1Z(G)Z2(G)

wordt stabiel bij de index i, d.w.z. Zi(G)=Zi+1(G)) dan en slechts dan als Gi centrumloos is.

Volgens het lemma van Grün is de factorgroep G/Z(G) van een perfecte groep G en Z(G) centrumloos, waardoor men kan stellen dat alle hogere centra Zi(G) gelijk zijn aan Z(G). Dit is een geval van stabilisatie op Z1(G)=Z2(G).

Referenties

Sjabloon:References

  1. Deze vereniging zal transfiniete termen inhouden, als de hogere centrale rij niet stabiliseert tijdens een eindige stap.