Toegevoegde middellijnen

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
fig. 1. Definitie toegevoegde middellijnen

Twee middellijnen van een ellips heten (aan elkaar) toegevoegd, als het midden van een koorde van die ellips[1] die evenwijdig is met de ene middellijn, op de andere middellijn ligt.

Een middellijn is hierbij een koorde van de ellips die door het middelpunt van de ellips gaat. De rechte lijn door de eindpunten van de koorde wordt ook wel snijlijn (of secant) genoemd.

In figuur 1 zijn de koorden PP en QQ toegevoegde middellijnen. De lijnen p en q zijn snijlijnen. Het midden van de koorde kp, die evenwijdig is met p, ligt op q. Maar ook, het midden van de koorde kq, die evenwijdig is met q, ligt op p.

Aangetoond kan worden dat bij een ellips de middens van alle koorden die evenwijdig zijn met een middellijn, op de toegevoegde middellijn liggen.

Twee alternatieve definities

In de wiskundige literatuur komen ook de volgende definities van het begrip toegevoegde middellijnen voor.

  • Twee middellijnen van een ellips zijn toegevoegde middellijnen, als de raaklijn in een van de eindpunten van een middellijn evenwijdig is met de andere middellijn; zie figuur 2.
  • Wordt de ellips opgevat als het beeld van een cirkel bij een affiene afbeelding, dan zijn de beelden van twee middellijnen van die cirkel die loodrecht op elkaar staan, toegevoegde middellijnen van de ellips; zie figuur 3, waarin sprake is van een (loodrechte) lijnvermenigvuldiging als affiene afbeelding.
fig. 2. Eerste alternatieve definitie
fig. 3. Tweede alternatieve definitie

Sjabloon:Clearleft

Bijzondere voorbeelden

  • Is de ellips een cirkel, dan zijn twee loodrecht op elkaar staande middellijnen daarvan ook toegevoegde middellijnen van de cirkel; zie figuur 4.
  • De assen van een ellips zijn toegevoegde middellijnen van de ellips; zie figuur 5, waarin de koorden AA,BB de assen zijn.
fig. 4. Eerste voorbeeld
fig. 5. Tweede voorbeeld

Sjabloon:Clearleft

Aanvullende definities

  • Het lijnstuk dat het middelpunt van een ellips verbindt met een punt op de ellips, wordt straal genoemd.
  • Twee stralen van een ellips die op twee verschillende toegevoegde middellijnen liggen, zijn toegevoegde stralen.
  • De richtingen van twee toegevoegde middellijnen zijn toegevoegde richtingen.

Een relatie tussen coördinaten

In een standaard xOy-assenstelsel is een ellips (middelpunt O) gegeven door de vergelijking x2a2+y2b2=1. De omgeschreven cirkel van die ellips (zie figuur 3) heeft dan de vergelijking x2+y2=a2.

Liggen de punten P=(p1,p2) en Q=(q1,q2) op die ellips, dan heeft de raaklijn in P aan de ellips de vergelijking:

p1xa2+p2yb2=1

De vergelijking van de lijn door O die hiermee evenwijdig is dan:

p1xa2+p2yb2=0

Als Q ook op deze lijn ligt, dan is voldaan aan de betrekking:

p1q1a2+p2q2b2=0

En dan blijkt dat:

p2p1q2q1=b2a2

In woorden:

Stelling. Het product van de richtingscoëfficiënten (richtingen) van twee toegevoegde middellijnen van een ellips waarvan de lengtes van de halve assen gelijk zijn aan a en b, is gelijk aan b2a2.

Opmerking. Is de factor van de lijnvermenigvuldiging waarmee de omgeschreven cirkel van de ellips (via een middellijn) wordt afgebeeld op die ellips, gelijk aan b/a, dan geldt voor de richtingscoëfficiënten r(p),r(q) van de lijnen OP*,OQ* (de punten P*,Q* zijn de P,Q-originelen op de cirkel; zie figuur 3):

r(p)=abp2p1 en r(q)=abq2q1

En dan is:

r(p)r(q)=a2b2p2q2p1q1=a2b2b2a2=1

De lijnen OP*,OQ* staan dus loodrecht op elkaar. Of, in woorden, omgekeerd geformuleerd (en die eigenschap kan analoog worden bewezen):

Stelling. Wordt een cirkel met een loodrechte lijnvermenigvuldiging afgebeeld op een ellips, dan zijn de beelden van twee loodrecht op elkaar staande middellijnen van die cirkel, toegevoegde middellijnen van de ellips.

N.B. Zie de tweede hierboven vermelde alternatieve definitie van toegevoegde middellijnen.

Twee constructies

fig. 6. Constructie 1
1.
Als van een ellips de omgeschreven cirkel (d.i. de cirkel waarvan een middellijn samenvalt met de grote as van de ellips) en één straal gegeven zijn, dan kan de aan die straal toegevoegde straal met passer en (ongemerkte) liniaal worden geconstrueerd.

In figuur 6 is de constructie uitgevoerd, op basis van de gegeven cirkel G (middelpunt O) en het lijnstuk OP (P ligt binnen G). Daarbij wordt gebruik gemaakt van een lijnvermenigvuldiging van de cirkel G t.o.v. een middellijn daarvan (hier is dat het lijnstuk AAt).

Constructiestappen[2]
1. A = PuntOpObject(G) 10. q = Loodlijn(O, p)
2. At = Puntspiegeling(A, O) 11. Q* = Snijpunt(q, G)
3. ma = Lijn(O, A) 12. O" = Snijpunt(q, G')
4. xP = Loodlijn(P, ma) 13. xQ = Loodlijn(Q*, ma)
5. P* = Snijpunt(xP, G) 14. yQ = Evenwijdige(O", ma)
6. p = Lijn(O, P*) 15. Q = Snijpunt(xQ, yQ)
7. yP = Evenwijdige(P, ma) 16. straal = Lijnstuk(O, Q)
8. O' = Snijpunt(yP, p) 17. mb = Loodlijn(O, ma)
9. G' = Cirkel(O, O') 18. B = Snijpunt(mb, G')

De ellips, die OP en OQ als toegevoegde stralen heeft, is nu bepaald door de punten A,P,B,Q en At.

2.
Als van een ellips twee toegevoegde stralen gegeven zijn, dan kunnen de halve assen van de ellips, en daarmee de toppen, met passer en (ongemerkte) liniaal geconstrueerd worden.

Een redelijk eenvoudige constructie hiervoor is de zogeheten constructie van Rytz.

Anders c.q. niet bij hyperbool en parabool

Het begrip 'toegevoegde middellijnen' kan bij een hyperbool niet op dezelfde manier als bij een ellips worden vastgelegd, omdat het middelpunt O van een hyperbool gelegen is buiten het gebied (de gebieden) waarin de brandpunten liggen.

figuur 7
figuur 8

Sjabloon:Clearleft

Is p een door O gaande snijlijn van de hyperbool waarbij PP een middellijn is, dan zal de lijn q die de meetkundige plaats is van de middens van de koorden die evenwijdig zijn met p, de hyperbool niet (in reële punten) snijden. Die lijn q is dan zeker geen middellijn van de hyperbool; zie figuur 7.

Meestal wordt daarom bij een hyperbool alleen gesproken over toegevoegde richtingen van de lijnen p en q.

Bij een parabool kan het begrip 'toegevoegde middellijnen' niet worden gedefinieerd, omdat een parabool geen (reëel) middelpunt heeft. Een lijn evenwijdig met de as van de parabool kan evenwel worden opgevat als een middellijn van de parabool; dan zijn alle middellijnen van een parabool evenwijdig; zie figuur 8.

Literatuur

Sjabloon:Appendix

  1. Het begrip koorde (meestal gebruikt bij een cirkel) kan eenvoudig worden uitgebreid voor een kromme: een koorde van een kromme G is een lijnstuk dat twee punten van G verbindt.
  2. De constructiestappen zijn beschreven met functies van een dynamisch meetkundeprogramma. Zie bijvoorbeeld: GeoGebra – International GeoGebra Institute (IGI).