Constructie van Rytz

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De constructie van Rytz is een constructie in de vlakke meetkunde (i.h.b. in de beschrijvende meetkunde) waarmee, uitgaande van twee in grootte en ligging gegeven toegevoegde stralen van een ellips, de symmetrieassen (de hoofd- en nevenas) – en daarmee ook de toppen – van die ellips met passer en liniaal kunnen worden bepaald; zie figuur 1. De constructie is genoemd naar de Zwitserse wiskundige David Rytz.

Over David Rytz

David Rytz von Brugg ([1] 1 april 1801, Bucheggberg25 maart 1868, Aarau) was de zoon van een predikant. Hij studeerde wiskunde in Göttingen en Leipzig en was onder meer leraar aan de Gewerbeschule (hogere technische school) in Aarau. Rytz von Brugg is alleen bekend om de hierboven genoemde asconstructie bij de ellips, die in 1845 is gepubliceerd in een werk over beschrijvende meetkunde door de Duitse wiskundige en jurist Leopold Moosbrugger (1796–1864).[2]

Rytz’ constructie

fig. 1. Gegevens en resultaat

Sjabloon:Clearleft

fig. 2. Constructie van Rytz

Bij de constructie wordt uitgegaan van de gegeven lijnstukken OP en OQ, twee toegevoegde stralen van een ellips; zie figuur 1 (links) en vervolgens figuur 2.

Constructiestappen[3]
1. Q' = Rotatie(Q, O, -90°)[4]
2. M = Midden(P, Q')
3. G = Cirkel(M, O)
4. l = Lijn(P, Q')
5. {U, V} = Snijpunten(l, G)
6. ma = Lijn(O, U)
7. mb = Lijn(O, V)

De lijnen ma,mb zijn de dragers van de assen van de ellips.

8. a = PV = Passer(P, V); Ga = Cirkel(O, a)
9. b = PU = Passer(P, U); Gb = Cirkel(O, b)
10. {A, At} = Snijpunten(ma, Ga); {B, Bt} = Snijpunten(mb, Gb)

De punten A,At,B,Bt zijn de toppen van de ellips. De ellips zelf is bepaald door vijf punten uit A,At,B,Bt,P,Q.

fig. 3. Bewijs van de constructie
Bewijs.

Zie figuur 3. De ellips wordt opgevat als het beeld bij een (loodrechte) lijnvermenigvuldiging met factor b/a van de omgeschreven cirkel Ga van de ellips (middellijn van beide is AAt; straal van de cirkel is a).

De bij de vermenigvuldiging gebruikte rechte lijn is AAt; zie ook de lijnen PP*,QQ*.

De ingeschreven cirkel van de ellips is Gb (middellijn BBt; straal b). Het middelpunt van de cirkels en van de ellips is het punt O.

De punten P*,Q*,B* zijn de originelen (op Ga) van P,Q,B (op de ellips).

De rotatie met centrum O over een hoek van -90° beeldt driehoek OQQ* af op driehoek OQP*. Daardoor ontstaat een rechthoek PP*QP waarvan de zijden twee aan twee evenwijdig zijn met de assen van de ellips. Zie ten aanzien hiervan ook de opmerking hierna.

De diagonaal PQ van die rechthoek (midden M) snijdt de symmetrieassen van de ellips in de punten U,V. Merk nu op dat de trapezia OUPP en OPQV beide gelijkbenig zijn. Zodat:

UP=OP=b=VQ
VP=VQ+QP=b+PP*=b+(ab)=a

Uit VQ=UP volgt tevens dat het punt M het midden is van het lijnstuk UV. Daarmee liggen de punten U,V dus op de cirkel door O met middelpunt M (d.i. de cirkel G in de constructie van Rytz).

Opmerking. Dat het lijnstuk OQ* bij de rotatie over -90° om O wordt afgebeeld op het lijnstuk OP*, is gelegen in het feit dat de volgende stelling geldt:

Stelling. Wordt een cirkel met een loodrechte lijnvermenigvuldiging afgebeeld op een ellips, dan zijn de originelen van twee toegevoegde middellijnen van de ellips loodrecht op elkaar staande middellijnen van de cirkel.

Deze stelling is in het artikel "Toegevoegde middellijnen" bewezen.

Sjabloon:Appendix

  1. In [Ostermann, Wanner; 2012] wordt als voornaam Daniël vermeld (p. 68).
  2. Zie pp. 68-69 in [Ostermann, Manner; 2012].
  3. De constructiestappen zijn beschreven met functies van een dynamisch meetkundeprogramma. Zie bijvoorbeeld: GeoGebra  – International Geogebra Institute. N.B. Na '//' staat commentaar bij de functie. Gearchiveerd op 9 juni 2023.
  4. Een rotatie met centrum O over een hoek van -90° (wijzerrichting) kan met passer en liniaal worden uitgevoerd.