Ongelijkheid van Minkowski

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De ongelijkheid van Minkowski - genoemd naar de Joods-Duitse wiskundige Hermann Minkowski - is een stelling in de functionaalanalyse die zegt dat in de Lp-ruimten de driehoeksongelijkheid geldt. Bijgevolg zijn deze ruimten genormeerde vectorruimten

Stelling

Laat S een maatruimte zijn en 1p. Voor de functies f,gLp(S) geldt dat f+gLp(S) en

f+gpfp+gp.

Als 1<p< is er precies dan gelijkheid als f en g positief linear afhankelijk zijn (d.w.z f=λg voor een zekere λ0).

Bewijs

De ongelijkheid is triviaal voor p=1 en p=. Zij nu 1<p<. De afbeelding x|x|p is een convexe functie, daarom is:

|f+g|p=2p|12f+12g|p2p1(|f|p+|g|p),

en dus is f+gLp(S).

Zonder verlies van algemeenheid kan verondersteld worden dat f+gp>0. Er geldt dan:

|f+g|p=(|f+g|)(|f+g|)p1(|f|+|g|)(|f+g|)p1=|f||f+g|p1+|g||f+g|p1

Laat q=p/(p1), dan is q de geconjugeerde index van p, en is

1p+1q=1

Volgens de ongelijkheid van Hölder is:

f+gpp=S|f+g|pS(|f||f+g|p1)+S(|g||f+g|p1)fp|f+g|p1q+gp|f+g|p1q=(fp+gp)|f+g|p1q=(fp+gp)(S|f+g|(p1)pp1)11p=(fp+gp)S|f+g|p(S|f+g|p)1p=(fp+gp)f+gppf+gp

Na vermenigvuldiging van beide zijden met f+gp/f+gpp volgt hieruit de ongelijkheid van Minkowski.

Speciaal geval

Voor het speciale geval van eindige rijen (x1,,xn),(y1,,yn) van reële of complexe getallen, met als maat de telmaat, ziet de ongelijkheid er als volgt uit:

(k=1n|xk+yk|p)1/p(k=1n|xk|p)1/p+(k=1n|yk|p)1/p

Dit is de driehoeksongelijkheid voor de p-norm.

Ook voor oneindige rijen (xn)n,(yn)n kan de ongelijkheid geformuleerd worden:

(k=1|xk+yk|p)1/p(k=1|xk|p)1/p+(k=1|yk|p)1/p

Literatuur

  • Herbert Amann, Joachim Escher: Analysis III. 1. Auflage. Birkhäuser-Verlag Basel Boston Berlin, 2001, Sjabloon:ISBN