Driehoeksongelijkheid

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De driehoeksongelijkheid zegt dat een lijnstuk de kortste afstand tussen twee punten bepaalt. Gaat men via een omweg over het punt P van het punt A naar het punt B dan is de afstand langer dan wanneer men direct over het lijnstuk l van A naar B gaat. Als P op l ligt maakt het geen verschil.

Meetkunde

Voor elk drietal punten A,B en P in een euclidische ruimte die niet op één lijn liggen, geldt, met |AB| de afstand tussen A en B:

|AB|<|AP|+|BP|

Als A,B en P op één lijn liggen en P tussen A en B ligt, geldt

|AB|=|AP|+|BP|

Vectorruimte

Eerste driehoeksongelijkheid

Voor een abstracte norm op een reële of complexe vectorruimte is de driehoeksongelijkheid een axioma:

𝐱+𝐲𝐱+𝐲

voor alle vectoren 𝐱 en 𝐲.

Uit de ongelijkheid van Minkowski volgt dat de L^p-norm hieraan voldoet.

Dat deze vorm van de driehoeksongelijkheid overeenkomt met het axioma voor een afstand, blijkt uit het volgende:

De norm induceert een afstand d(𝐱,𝐲)=|𝐱𝐲| die voldoet aan de driehoeksongelijkheid voor een afstand:

d(𝐱,𝐲)=|𝐱𝐲|=|𝐱𝐳+𝐳𝐲||𝐱𝐳|+|𝐳𝐲|=d(𝐱,𝐳)+d(𝐳,𝐲)

Als op een reële of complexe vectorruimte een inwendig product , is gegeven, wordt door de definitie

𝐱=𝐱,𝐱

een norm bepaald. Het bewijs dat dit voorschrift aan het axioma van de driehoeksongelijkheid voldoet, volgt uit de ongelijkheid van Cauchy-Schwarz.

𝐱+𝐲,𝐱+𝐲=𝐱,𝐱+2Re𝐱,𝐲+𝐲,𝐲𝐱,𝐱+2𝐱,𝐱𝐲,𝐲+𝐲,𝐲=(𝐱,𝐱+𝐲,𝐲)2
Tweede, ook wel omgekeerde, driehoeksongelijkheid

Toepassen van de eerste driehoeksongelijkheid op 𝐮=(𝐮𝐯)+𝐯 geeft:

(𝐮𝐯)+𝐯𝐮𝐯+𝐯

dus

𝐮𝐯𝐮𝐯

Toepassen op 𝐯=(𝐯𝐮)+𝐮 geeft bovendien:

(𝐯𝐮)+𝐮𝐯𝐮+𝐮

dus

𝐯𝐮𝐯𝐮

maar dan ook:

𝐮𝐯𝐯𝐮

dus

|𝐮𝐯|𝐮𝐯

Abstract

De algemene vorm van de driehoeksongelijkheid op een willekeurige verzameling V geeft aanleiding tot het begrip pseudometriek. In wezen is een pseudometriek niets anders dan een verder niet nader bepaalde symmetrische afstandsfunctie die aan een driehoeksongelijkheid voldoet.