Galoislichaam GF(16)

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het galoislichaam (Nederlands) / galoisveld (Belgisch) GF(16), ook genoteerd als š”½16, is het eindige lichaam/veld van orde 16, dus met 16 elementen. Het is een uitbreiding van graad vier van het lichaam/veld GF(2) met alleen de elementen 0 en 1, en de optelling modulo 2. De karakteristiek van GF(16) is daarmee ook 2. De uitbreiding GF(16) kan op verschillende manieren worden geconstrueerd. Dat kan onder meer op de manier waarop de complexe getallen als uitbreiding van de reĆ«le getallen worden geconstrueerd door toevoeging van een nieuw element i dat voldoet aan i2+1=0 of door de voorstelling als een lineaire ruimte met vermenigvuldiging, waarbij een algebra wordt ingevoerd.

Gelijkstellen

Voeg aan GF(2) een nieuw element α toe dat GF(16) voortbrengt. Daarmee zijn alle machten van α elementen van GF(16) bepaald en moeten de eerste 14 machten verschillend zijn aan 1. Dan kan het niet anders dat α15=1.

GF(16)={0, 1, α, α2, α3, , α14 }

Het nieuwe element α is dus een eenheidswortel. Omdat α voortbrenger is, kunnen de elementen α2 en α3 niet als lineaire combinatie van lagere machten worden uitgedrukt. GF(16) bestaat uit de lineaire combinaties van 1, α, α2 en α3. Een element mGF(16) is dus van de vorm:

m=m3α3+m2α2+m1α+m0

met miGF(2), dus 0 of 1.

Merk op dat de vier coƫfficiƫnten als een vector kunnen worden opgevat.

Het element α4 en ook alle hogere machten moeten in de lagere machten van α kunnen worden uitgedrukt

α4=k3α3+k2α2+k1α+k0

Dat betekent dat α een wortel is van een irreducibel polynoom

x4+k3x3+k2x2+k1x+k0

In GF(2)[x] zijn drie van de 16 vierdegraadspolynomen irreducibel, namelijk

f1(x)=x4+x+1
f2(x)=x4+x3+1
f3(x)=x4+x3+x2+x+1

want het zijn geen kwadraten en er is geen nulpunt.

Als reducerende vergelijking komen dus in aanmerking:

α4=α+1
α4=α3+1
α4=α3+α2+α+1
Met f1

Noem de voortbrenger α. De reducerende vergelijking is

α4=α+1

In berekeningen wordt α4 steeds gelijkgesteld aan α+1. Zo is bijvoorbeeld:

α10=(α4)2α2=(α+1)2α2=(α2+1) α2=α4+α2=α2+α+1

De αk met  k=1, 2, 4, 7, 8, 11, 13, 14  zijn ook voortbrengers.

Verder

(x+α)(x+α2)(x+α4)(x+α8)=x4+x+1

de wortels zijn voortbrengers.

De andere voortbrengers zijn wortels van

(x+α7)(x+α14)(x+α13)(x+α11)=x4+x3+1

Sjabloon:Uitklappen

Als voorbeeld nog de berekening

(α3+α+1)(α2+α+1)=α5+α4+α3+α3+α2+α+α2+α+1=
=α α4+α4+1=(α+1)2+1=α2
Met f2

Noem de voortbrenger β. De reducerende vergelijking is

β4=β3+1

Verder

(x+β)(x+β2)(x+β4)(x+β8)=x4+x3+1

de wortels zijn voortbrengers.

Omdat in de voorstelling met f1:

(x+α7)(x+α14)(x+α13)(x+α11)=x4+x3+1

volgt dat:

β=α7, α14, α13 of α11

Sjabloon:Uitklappen

Met f3

GF(2)[x]/(x4+x3+x2+x+1) is ook een lichaam.

De reducerende vergelijking is

γ4=γ3+γ2+γ+1

Er geldt

γ5=γ4+γ3+γ2+γ=1

Het element γ is geen voortbrenger, maar γ+1 wel.

γ4=γ3+γ2+γ+1=(γ+1)3

dus

(γ+1)4=(γ+1)3+1

Toevoegen van γ+1, dus van γ, is hetzelfde als toevoegen van β.

γ=β+1

Verder

(x+γ)(x+γ2)(x+γ4)(x+γ8)=x4+x3+x2+x+1

Sjabloon:Uitklappen


Verder geldt:

γ=β+1=α14+1=α3

Als algebra

GF(16) kan ook worden voorgesteld als een vierdimensionale lineaire ruimte met een vermenigvuldiging over GF(2) en met de optelling modulo 2 en de vermenigvuldiging bepaald door:

(k3,k2,k1,k0)(0,0,0,1)=(k3,k2,k1,k0)
(0,k2,k1,k0)(0,0,1,0)=(k2,k1,k0,0)
(1,0,0,0)(0,0,1,0)=(0,0,1,1)

Dan is

(0,0,0,0)=0
(0,0,0,1)=1

Noemt men

(0,0,1,0)=α

dan komt de laatste regel voor de vermenigvuldiging op de reductie neer:

α4=α3α=α+1

en is ieder element GF(16) weer een lineaire combinatie van de vorm

k=k3α3+k2α2+k1α+k0

De voorbeeldberekening gaat op dezelfde manier als de berekening in de binaire representatie.

Binair

De vectoren in de tweede representatie kunnen ook als nibbles worden gezien met als optelling de operatie exclusieve disjunctie XOR en 0001 = 1. De vermenigvuldiging met 0010 is een linksverschuiving. Overflow resulteert in bijtellen van 0011.

De voorbeeldberekening verloopt als volgt:

(1000+0010+0001)(0100+0010+0010)=
= (1000+0010+0001)0100 +
 +(1000+0010+0001)0010 +
 +(1000+0010+0001)0001  =
= 0110+1000+0100 +
 +0011+0100+0010 +
 +1000+0010+0001  =
= 1010+0101+1011=0100

Met veeltermen

Een vierde mogelijke representatie van GF(16) is met polynomen over GF(2) als elementen. Een element kGF(16) heeft dan de vorm:

k(x)=k3x3+k2x2+k1x+k0

met kiGF(2), dus 0 of 1. Optellen modulo 2 en vermenigvuldigen gaan op de gebruikelijke manier. Het identieke polynoom x is dan een voortbrenger. Het is ook nu weer de vraag hoe x4 moet worden gereduceerd. x4=x+1 is ook hier een van de mogelijkheden, wat betekent dat modulo x4+x+1 wordt gerekend. Het identieke polynoom f(x)=x komt overeen met het nieuwe element α in de eerste representatie.

Deze voorstelling is in wezen gelijk aan de constructie van de factorring š”¾š”½(2)[x]/(x4+x+1).

De voorbeeldberekening vertoont veel overeenkomsten met het eerste geval:

(x3+x+1)(x2+x+1)=x5+x4+x3+x3+x2+x+x2+x+1=
=x4(x+1)+1=(x+1)2+1=x2

GF(8)

Volgens een stelling is het lichaam/veld GF(pn) alleen dan een deellichaam GF(pm) als m door n kan worden gedeeld.

Dus is GF(8)=GF(2)[x]/(x3+x+1) geen deellichaam van GF(16).

De multiplicatieve groep is cyclisch. Noem een voortbrenger b

De reducerende vergelijking is:

b3=b+1
GF(8)={0, 1, b, b2, b3, b4, b5, b6}

met

b3=b+1
b4=b2+b
b5=b3+b2=b2+b+1
b6=(b3)2=b2+1
b7=b3+b=1

GF(4)

Het lichaam/veld GF(4) is wel een deellichaam van GF(16)

GF(4)={0,1,p,q}

met

p+q=1; p2=q; p3=pq=1; q2=p
p2+p+1=0

verband met

GF(16): p=αk
α2k+αk+1=0
k=5, k=10

Twee voortbrengers van GF(4)

α5, α10

GF(4) is een deellichaam van GF(16), maar niet van GF(8).

Literatuur