Sturm-liouvilleprobleem

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de wiskundige analyse is een sturm-liouvilleprobleem een naar Charles Sturm en Joseph Liouville genoemde 2e-orde differentiaalvergelijking over het eindige interval I=[a,b] van de vorm:

ddx[p(x)dy(x)dx]+q(x)y(x)=λw(x)y(x)

met de niet-triviale randvoorwaarden:

α1y(a)+α2y(a)=0
β1y(b)+β2y(b)=0

Hierin zijn de functies p, p, q en w continu en reëelwaardig, met p(x)>0 en w(x)>0.

Het probleem kan geformuleerd worden met behulp van de lineaire differentiaaloperator

L=1w(ddxpddx+q)

en heeft dan de vorm van het eigenwaardeprobleem:

Ly=λy

Er is altijd de triviale oplossing y(x)=0, maar voor sommige waarden van λ bestaan er niet-nul oplossingen. Dit zijn de zogenaamde eigenwaarden λn met bijhorende eigenfuncties yn(x).

De hoofdresultaten van de Sturm-Liouvilletheorie zijn:

  • De eigenwaarden λ1,λ2, zijn reëel en kunnen geordend worden om een strikt stijgende rij te vormen:
λ1<λ2<<λn<
met limiet
limn+λn=+
  • De bij λn horende eigenfunctie yn(x) is uniek op een constante niet-nulfactor na, en heeft exact n1 nulpunten in het interval (a,b).
  • De eigenfuncties yn(x) vormen na normeren een orthogonale basis voor de gewichtsfunctie w(x) over [a,b]
yn,ym=abyn(x)ym(x)w(x)dx=δmn

Sturm-Liouvilleproblemen hebben praktisch nut, omdat ze veel voorkomen in de wiskundige natuurkunde, bijvoorbeeld in elektromagnetisme, kwantummechanica en akoestiek.