Ringhomomorfisme

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de ringtheorie, een deelgebied van de abstracte algebra, een deelgebied van de wiskunde, is een ringhomomorfisme een functie tussen twee ringen die de operaties van optellen en vermenigvuldigen respecteert.[1]

Definitie

Een ringhomomorfisme tussen de ringen (R,+R,*R) en (S,+S,*S) is een afbeelding h:RS zodanig dat voor alle a,bR geldt:[2]

  • h(a+Rb)=h(a)+Sh(b)
  • h(a*Rb)=h(a)*Sh(b)

Als men eist dat de ringen een eenheidselement (multiplicatieve identiteit) hebben, wordt meestal als extra voorwaarde geëist dat de eenheidselementen 1R en 1S op elkaar worden afgebeeld:

  • h(1R)=1S

De compositie van twee ringhomomorfismen is zelf ook een ringhomomorfisme. Hieruit volgt dat de klasse van alle ringen een categorie vormt met ringhomomorfismen als de morfismen (zie het artikel over de categorie van ringen).

Eigenschappen

Voor een ringhomomorfisme h:RS gelden de volgende eigenschappen.

  • h beeldt het nulelement 0R van R af op het nulelement 0S van S:
h(0R)=0S
  • Het beeld van de tegengestelde van een element rR is de tegengestelde van het beeld:
h(r)=h(r)
  • Het beeld van een eenheid uR is een eenheid van S, en
h(u1)=(h(u))1
h induceert dus een homomorfisme van de eenhedengroep van R naar de eenhedengroep van S.
  • Het beeld h(R) is een deelring van S
  • De kern N(R) is een ideaal in R.
  • Als er een ringhomomrfisme h:RS bestaat, is de karakteristiek van S een deler van de karakteristiek van R. Deze eigenschap kan soms gebruikt worden om aan te tonen dat er geen ringhomomrfisme bestaat tussen twee gegeven ringen.
  • Als R een delingsring (Ned) / lichaam (Be) is en S is niet de nulring, is h injectief.
  • Als R en S beide lichamen (Ned) / velden (Be) zijn, is het beeld h(R) een deellichaam/deelveld van S en kan S opgevat worden als een uitbreiding van R.
  • Als R en S beide commutatief zijn en I is een ideaal in S, is het origineel h1(I) van I een ideaal in R.
  • Als R en S beide commutatief zijn en P is een priemideaal in S, is het origineel h1(P) van P een priemideaal in R.
  • Als R en S beide commutatief zijn en h is surjectief, dan is het origineel h1(M) van een imaximaal ideaal M in S een maximaal ideaal in R.
  • Als R en S beide commutatief zijn en S is een integriteitsdomein, dan is de kern N(h) een priemideaal in R.
  • Als R en S beide commutatief zijn en S is een lichaam/veld en h is surjectief, dan is de kern N(h) een maximaal ideaal in R.

Voorbeelden

Referenties

Sjabloon:References

Zie ook

  1. Sjabloon:En Sjabloon:Aut, Algebras, rings and modules (Algebra, ringen en modulen). Volume 1. 2004. Springer, 2004. ISBN 1402026900
  2. Sjabloon:En Sjabloon:Aut, Algebras, rings and modules Vol. 1, 2004. ISBN 1402026900, pag. 3.