Residu (functietheorie)

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de functietheorie, een deelgebied van de wiskunde, is het residu dat bij een singulariteit van een meromorfe functie hoort, een zeker complex getal dat direct verband houdt met een contourintegraal van de functie om de singulariteit. Met behulp van de residustelling kunnen residuen gebruikt worden voor de berekening van reële, bepaalde, maar oneigenlijke integralen.

Definitie

Het residu van een meromorfe functie f in een geïsoleerde singulariteit z0, vaak aangeduid als

R=Res(f,z0)

is het unieke complexe getal zodanig dat

f(z)Rzz0

een analytische primitieve functie heeft in een cirkelring

0<|zz0|<δ

Laat z0 een geïsoleerde singulariteit zijn van f, en C een kleine cirkel met de klok mee georiënteerd met middelpunt z0 zodanig dat f differentieerbaar is op C en het inwendige van C, met uitzondering van z0 zelf. Dan is:

Cf(z)dz=2πiRes(f,z0),

dus is

Res(f,z0)=12πiCf(z)dz

Berekening

Residuen kunnen uitgaande van de Laurentreeks van een functie worden berekend. Het residu is gelijk aan de coëfficiënt van de term met macht −1 in de reeksontwikkeling van de genomen variabele. Laat n=an(zz0)n de laurentontwikkeling van f in het punt z0 zijn, dan is a−1 het residu van f in z0 , genoteerd als: a1=Res(f,z0).

Res(f,z0)=a1=limzz0(zz0)f(z)
  • en voor n-voudige singulariteiten
Res(f,z0)=a1=1(n1)!limzz0dn1dzn1(zz0)nf(z)

Als er meerdere singulariteiten z1,,zn binnen een gesloten pad liggen, worden de residuen bij elkaar opgeteld. Ook wordt een residu zo vaak meegeteld als het aantal keren mjdat het pad om de singulariteit zj heen draait.

Cf(z)dz=2πij=1nmjRes(f,zj)

Rekenregels

Regel 1

Stel f heeft een singulariteit in z0 en g is holomorf in z0, dan is:

Res(fg,z0)=g(z0)Res(f,z0)
Voorbeeld

De functie

f(z)=z2(z+1)(z1)

kan geschreven worden als het product van de functies

g(z)=z2z+1

en

h(z)=1z1

Hieruit volgt, dat in het punt z0=1 geldt:

Res(f,1)=g(1)Res(h,1)=121=12

Regel 2

Stel f(z)=0, maar f(z)0. Dan heeft 1/f in z0 een pool van de orde 1, en is het residu in z0 gelijk aan 1/f(z0).

Voorbeeld

De functie f met functiewaarde f(z)=sin(z) heeft in het punt z0=π een pool van de orde 1. Het residu in dat punt is dus 1/cos(π)=1.