Orde (rekenkunde)

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Rekenkundige bewerkingen kunnen worden ingedeeld naar orde.

Tellen wordt wel een bewerking van de nulde orde genoemd. Tellen wil zeggen dat er, wiskundig gezien, na een (natuurlijk) getal altijd een getal bestaat dat 1 groter is.

0
0+1=1
1+1=(0+1)+1=2
2+1=((0+1)+1)+1=3
0+1+1++1getal=getal

Tellen, met name het tellen van dingen, is nauw verbonden met het begrip bijectie.

Eerste orde

Bij een rekenkundige bewerking is er steeds sprake van drie begrippen:

  • de grondtallen
  • de bewerking
  • de uitkomst

Optellen is een rekenkundige bewerking van de eerste orde. Het kan worden gezien als herhaald tellen, of als het tellen vanaf (op) een bepaald getal:

grondtal1+1+1++1grondtal2=uitkomst

of wel:

grondtal1+grondtal2=uitkomst

Commutatief

Een optelling is commutatief , dat wil zeggen dat volgorde van bewerken de uitkomst niet beïnvloedt. Dus: a+b=b+a

voorbeeld:
3+5=1+1+13+1+1+1+1+15=85+3=1+1+1+1+15+1+1+13=8

Inverse

Om te weten wat grondtal1 is als alleen grondtal2 en de uitkomst bekend zijn, moet worden afgetrokken:

uitkomstgrondtal2=grondtal1

Hetzelfde geldt voor een onbekend grondtal2:

uitkomstgrondtal1=grondtal2

Aftrekken is eveneens een bewerking van de eerste orde en is de inverse (omgekeerde bewerking) van optellen.

Tweede orde

Vermenigvuldigen is een rekenkundige bewerking van de tweede orde. Het wordt gezien als het herhalen van optellingen:

grondtal1+grondtal1++grondtal1grondtal2=uitkomst

of wel:

grondtal1×grondtal2=uitkomst

Commutatief

Een vermenigvuldiging is commutatief , dat wil zeggen dat volgorde van bewerken de uitkomst niet beïnvloedt. Dus: a×b=b×a

voorbeeld:
3×5=5+5+53=155×3=3+3+3+3+35=15

Inverse

Om te hier weten wat grondtal1 is als alleen grondtal2 en de uitkomst bekend zijn, moet worden gedeeld:

uitkomst÷grondtal2=grondtal1

Hetzelfde geldt voor een onbekend grondtal2:

uitkomst÷grondtal1=grondtal2.

Delen is eveneens een bewerking van de tweede orde en is de inverse van vermenigvuldigen.

Derde orde

Machtsverheffen is een rekenkundige bewerking van de derde orde. Het wordt gezien al het herhaald vermenigvuldigen:

grondtal1×grondtal1××grondtal1grondtal2=uitkomst

of wel

grondtal1grondtal2=uitkomst

Niet-commutatief

Een machtsverheffing is niet-commutatief, dat wil zeggen dat volgorde van bewerken de uitkomst beïnvloedt. Dus: ab=ba

voorbeeld:
25=2×2×2×2×25=3252=5×52=25
Bij grote uitzondering kan een berekening de zelfde antwoorden opleveren, zoals bij: 24=42=16

Inverse

Om hier te weten wat het grondtal1 is als alleen grondtal2 en de uitkomst bekend zijn, moet de wortel worden getrokken:

uitkomstgrondtal2=grondtal1

Voor een onbekend grondtal2 moet de logaritme worden berekend:

grondtal1log(uitkomst)=grondtal2

Worteltrekken en de logaritme zijn eveneens rekenkundige bewerkingen van de derde orde en de inversen van machtverheffen.

Hogere orden

In de praktijk eindigt hier de ordening. Men kan zich echter voorstellen, dat er hogere orden bestaan. Men kan herhaald machtverheffen, dat is dan een bewerking van de vierde orde. Deze bewerking wordt tetratie genoemd. Ook dat herhaald machtsverheffen kan men herhalen: herhaald-herhaald machtsverheffen, een bewerking van de vijfde orde. Deze ordes worden vaak aangegeven met de pijl-omhoog notatie. Zo wordt 3333 geschreven als

34 en 3(33)=33

Merk op dat 34 gewoon 34 is.

Bewerkingsvolgorde

Bij een berekening die bewerkingen van verschillende ordes bevat, is de volgorde van de bewerkingen van belang. De volgorde is steeds van hoog naar laag. Als bijvoorbeeld eerst de berekeningen van de derde orde worden uitgevoerd, bestaat het resultaat nog enkel uit bewerkingen van de tweede en eerste orde. Zo wordt de berekening eenvoudiger tot men bij de nulde orde uitkomt: de feitelijk oplossing.