Liouville-functie

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Liouville-functie, aangeduid met λ(n) en genoemd naar de Franse wiskundige Joseph Liouville, is een functie in de getaltheorie die verband houdt met het aantal priemdelers van het positieve natuurlijke getal n.

Definitie

Laat n een positief natuurlijk getal zijn en Ω(n) het aantal priemfactoren van n, dan is de Liouville-functie gedefinieerd door:

λ(1)=1

en voor n>1

λ(n)=(1)Ω(n)

Het aantal priemfactoren Ω(n) van n kan afgelezen uit de (rij[1]).

Meervoudige factoren worden in Ω(n) ook meervoudig geteld; bijvoorbeeld is Ω(12)=3, want 12 = 2×2x3 en de priemdeler 2 wordt tweemaal geteld. Dus is λ(12)=(1)3=1. Voor n=13 geldt Ω(13)=1 omdat 13 een priemgetal is, en dus is ook λ(13)=1, zoals voor alle priemgetallen.

De Liouville-functie neemt slechts de waarden +1 en -1 aan, afhankelijk ervan of het argument een even of een oneven aantal priemdelers (meervoudig geteld) heeft.

Verband met de Riemann-zèta-functie

De Riemann-zèta-functie ζ(s), waarin s een complex getal is met reëel deel > 1, wordt gedefinieerd als:

ζ(s)=n=11ns=p priem11ps

Hieruit volgt de volgende gelijkheid:

ζ(2s)ζ(s)=p priem11+ps=n=1λ(n)ns

Sommering

Grafiek van L(n) tot 107. In dit gebied is het vermoeden van Pólya nog geldig.

Stel: L(n)=k=1nλ(k). Dit is dus de som van de waarden van de Liouville-functie van 1 tot en met n.

L(n) geeft het verschil aan tussen het aantal getallen van 1 tot en met n met een even aantal priemdelers en het aantal met een oneven aantal priemdelers.

George Pólya formuleerde in 1919 het vermoeden, dat L(n)0 voor alle n2.[2] Dit vermoeden is later echter ontkracht; C.B. Haselgrove bewees in 1958 dat er oneindig veel gehele getallen x zijn waarvoor L(x)>0 is.[3] Het kleinste getal waarvoor het vermoeden van Pólya niet geldt, blijkt 906150257 te zijn.[4]

L kan zeer grote negatieve en positieve waarden aannemen; zo berekenden Borwein, Ferguson en Mossinghoff met een computercluster van dual-core PowerMac G5s dat L(176064978093269) = −17555181 en L(351753358289465)=1160327.[5] Het is echter nog een open vraag, of L(n) al dan niet een oneindig aantal malen van teken verandert.

Een verwante som is

M(n)=k=1nλ(k)k.

Hiervan werd aanvankelijk vermoed, dat M(n) vanaf een voldoend grote n, steeds positief is. Als dat waar zou zijn, zou hieruit de Riemann-hypothese volgen. Maar in 1958 bewees Haselgrove, dat er oneindig veel getallen zijn waarvoor M(n) negatief is.[3]

Sjabloon:Appendix