Lijst van wiskundige symbolen

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deze lijst van wiskundige symbolen bevat de verklaring van een aantal wiskundige symbolen.[1]

Bij elk symbool wordt de naam en de wijze van uitspreken vermeld. Bovendien is een informele definitie en een voorbeeld toegevoegd. De lijst is niet uitputtend.

Symbolen per toepassingsgebied

Algemeen

Symbolen die in alle deelgebieden van de wiskunde gebruikt worden.

(HTML) (TeX) Naam Uitgesproken als
= = Gelijkheid is gelijk aan
x=y betekent: x en y zijn verschillende namen voor hetzelfde, of ze hebben dezelfde waarde.
1+2=63
Ongelijkheid is ongelijk aan
xy betekent: x en y hebben niet dezelfde waarde.
1+26
+ + Binair (tussen twee waarden): optelling
Unair (voor een waarde): positief getal
plus
Geeft aan dat twee waarden bij elkaar worden opgeteld, of geeft expliciet aan dat een getal positief is.
1+2+8=11Vmin=+1,2V
Binair (tussen twee waarden): aftrekking
Unair (voor een waarde): tegengestelde
min(us)
Geeft aan dat twee waarden van elkaar worden afgetrokken, of geeft een negatief getal of een tegengestelde aan.
1+28=5;Tmin=5C
± ± Optelling of aftrekking plus of min(us), plusminus
Geeft aan dat een getal zowel opgeteld als afgetrokken kan worden (of positief dan wel negatief kan zijn).
b±b24ac2a; p=±5
×
·
×
Vermenigvuldiging maal of keer
Vaak wordt het teken geheel weggelaten. Een kruisje wordt op scholen onderwezen maar wordt door wiskundigen niet gebruikt.

Bij het vermenigvuldigen van vectoren geeft het kruisje het kruisproduct aan en de vermenigvuldigingspunt het inwendig product.

3×5=15;35=15
4ab
:
/

÷
a : b
a/b
ab
a÷b
Deling gedeeld door
Een dubbele punt wordt op Europese scholen onderwezen, maar wordt door wiskundigen niet gebruikt.
Het teken ÷ wordt op Amerikaanse scholen onderwezen, maar is in Europa nauwelijks bekend.
6:3=2;6/3=2
:=
 :⇔
:=
:
Definitie is gedefinieerd als
x:=y betekent: x kan voortaan in plaats van y geschreven worden.
P:Q betekent: P is per definitie logisch gelijkwaardig met Q.
Hyperbolische functie: cosh(x):=12(ex+ex)
Exclusieve disjunctie: AxorB:(AB)¬(AB)
( )
[ ]
{ }
()
[]
{}
functietoepassing; groepering
f(x) betekent: De waarde die de functie f heeft voor het argument x.
Groepering: De bewerking tussen de haakjes eerst uitvoeren.
Als f(x):=x2, is f(3)=32=9
(8/4)/2=2/2=1, maar 8/(4/2)=8/2=4
functie- of afbeeldingspijl van .. naar
f:XY betekent: De functie f beeldt de verzameling X af in de verzameling Y.
Voor de functie f met functiewaarde f(x):=x2 die de verzameling afbeeldt in de verzameling , schrijft men f:.
beeldpijl wordt afgebeeld op
xf(x) is een andere notatie voor de functie f, die het argument x afbeeldt op f(x).
De functie f met functiewaarde f(x):=x2 kan ook geschreven worden als f:xx2.

Propositielogica

Symbolen uit de propositielogica.

(HTML) (TeX) Naam Uitgesproken als
Implicatie impliceert; als ... geldt, dan geldt ook ...; uit ... volgt ...
AB betekent: als A waar is, dan is B ook waar (Let op: als A onwaar is, dan is over B niets bekend).
In plaats van gebruikt men ook
(x=2)(x2=4) is waar, maar als x2, is niets over x2=4 te zeggen; het kan waar zijn, als bijvoorbeeld x=2, maar in alle andere gevallen is het onwaar.
Gelijkwaardigheid dan en slechts dan
AB betekent: als A waar is, dan is B ook waar , en als A onwaar is, dan is ook B onwaar.
(x+5=y+2)(x+3=y)
Conjunctie en
AB is waar, als A waar is én B waar is; anders onwaar.
Voor n=3 geldt: (n<4)(n>2).
Disjunctie of
AB is waar, als A waar is of B waar is (of beide); als geen van beide waar zijn, is de uitspraak onwaar.
Voor n3 geldt: (n4)(n2).
of ˙ of Uitsluitende of óf ... óf (XOR)
AB is waar als óf A waar is, óf B, maar niet allebei; als A en B beide waar zijn, is de uitspraak onwaar.
Als n4,n5,n6, dan is (n4)(n6)
¬
/
¬ ontkenning, negatie niet
¬A is waar, dan en slechts dan als A onwaar is.
Een streep boven een formuledeel betekent hetzelfde als wanneer er een ¬ vóór gezet wordt.
¬(π), ook π; ABAB

Predicatenlogica

Symbolen uit de predicatenlogica.

(HTML) (TeX) Naam Uitgesproken als
al- of universele kwantor voor alle .. geldt
x:P(x) betekent: P(x) is waar voor alle x.
n:n2n
Existentie- of existentiële kwantor er bestaat een .. zodat geldt ..
x:P(x) betekent: Er bestaat een x waarvoor P(x) waar is.
n:n+5=2n
! betekent: Er bestaat precies één ...
!n:n2=9

Verzamelingenleer

Symbolen uit de verzamelingenleer.

(HTML) (TeX) Naam Uitgesproken als
{ , } {,} Verzamelingaccolades de verzameling van ...
{a,b,c} betekent: de verzameling bestaande uit de elementen a,b en c.
={0,1,2,}
{ : }
{ | }
{:}
{|}
verzameling de verzameling van alle ... waarvoor geldt ...
{x:P(x)} of {xP(x)} betekent: de verzameling van alle x die voldoen aan P(x).
{xA:P(x)} of {xAP(x)} betekent: de deelverzameling van A van alle elementen x die voldoen aan P(x).
{n:n2<20}={0,1,2,3,4}

{}
, 
{}
lege verzameling de lege verzameling
, of {} betekent: de verzameling zonder elementen.
{n:1<n2<4}=
element van... zit in .. ; is een element van ..
aA betekent: a is een element van de verzameling A.
aA betekent: a is geen element van A.
3;3


deelverzameling is een deelverzameling van
AB betekent: de verzameling A is een deelverzameling van de verzameling B, d.w.z.: elk element van A is ook een element van B.

Dit wordt ook wel genoteerd als AB, maar andere auteurs bedoelen met AB dat A een echte deelverzameling is van B, d.w.z.: AB en AB en A.

(AB)A;
vereniging vereniging van .. en ..
AB betekent: de vereniging van de verzamelingen A en B, d.w.z.: de verzameling die alle elementen bevat die in A of in B zitten.
Als AB, is AB=B
doorsnede doorsnede van .. en ..
AB betekent: de doorsnede van de verzamelingen A en B, d.w.z.: de verzameling die alle elementen bevat die zowel in A als in B zitten.
{x:x2=1}={1}
\ verschilverzameling minus; zonder
AB betekent: de verzameling van alle elementen uit A die niet in B zitten.
{1,2,3,4}{3,4,5,6}={1,2}
× × Cartesisch product maal
A×B is de verzameling van alle geordende paren (a,b), waarvan aA en bB.
{a1,a2}×{b1,b2}={(a1,b1),(a1,b2),(a2,b1),(a2,b2)}
P(X) 𝒫(X)
2X
machtsverzameling verzameling van deelverzamelingen
𝒫(X) of 2X is de verzameling van alle deelverzamelingen van X.
Als 𝒫({1,2,3})={{},{1},{2},{3},{1,2}{1,3},{2,3},{1,2,3}}
| | || kardinaliteit aantal elementen van ..
|A| betekent de kardinaliteit van de verzameling A. Bij eindige verzamelingen is dat het aantal elementen in de verzameling.
|{1,2,7}|=3

Getalverzamelingen

Symbolen die bepaalde verzamelingen van getallen aanduiden.

(HTML) (TeX) Naam Uitgesproken als
N of Natuurlijke getallen N
betekent de verzameling natuurlijke getallen {0,1,2,3,} of {1,2,3,}, afhankelijk van de context, en moet dus in elk boek en artikel dat eraan refereert gedefinieerd worden.
3
Z of Gehele getallen Z
betekent: de verzameling gehele getallen {,3,2,1,0,1,2,3,}.
3;13
Q of Rationale getallen Q
betekent: de verzameling rationale getallen {pq:p,q,q0}.
3,14;π
R of Reële getallen R
betekent: de verzameling reële getallen die intuïtief overeenkomen met alle punten op de getallenlijn.
π
C of Complexe getallen C
betekent: de verzameling complexe getallen {a+bi:a,b}.
i;1i

Bewerkingen en vergelijkingen

Symbolen voor bewerkingen op getallen en vergelijkingsrelaties.

(HTML) (TeX) Naam Uitgesproken als
< < Vergelijking is kleiner dan
x<y betekent: x is kleiner dan y.
1<0; x2<4, dan 2<x<2
> > Vergelijking is groter dan
x>y betekent: x is groter dan y.
1>2; x2>4, dan 2<x<2
of Vergelijking is kleiner of gelijk
xy betekent: x is kleiner dan of gelijk aan y.
x1, dan x<1 of x=1; sin(α)1
of Vergelijking is groter of gelijk
xy betekent: x is groter dan of gelijk aan y.
x0, dan x>0 of x=0; sin(α)1.
wortel de wortel uit ..
x betekent: het positieve getal, waarvan het kwadraat gelijk aan x is.
16=4;x2=|x|
| | || absolute waarde absolute waarde van ..
|x| betekent: de afstand van het getal x tot 0 op de getallenlijn of in het complexe vlak.
|3|=3;|a+bi|=a2+b2 (i is de imaginaire eenheid voor complexe getallen).

Overig

Overige symbolen

(HTML) (TeX) Naam Uitgesproken als
het oneindige oneindig
Het symbool stelt een fictief getal voor dat groter is dan alle reële getallen. Het wordt veel gebruikt bij grenswaarden.
limx1x=0
π π pi pi
Het getal π is de verhouding tussen de omtrek van een cirkel en zijn diameter.
De oppervlakte van een cirkel met straal r is πr2.
som De som van .. voor .. van .. tot ..
k=1nak wordt gelezen als "De som van ak voor k van 1 tot n". Dit betekent: a1+a2++an.
k=14k2=12+22+32+42=30
product het product van .. voor .. van .. tot ..
k=1nak wordt gelezen als "Het product van ak voor k van 1 tot n". Dit betekent: a1a2an.
k=14(k+2)=(1+2)(2+2)(3+2)(4+2)=360
dx integraal Integraal (van .. tot ..) van .. d-..
abf(x)dx wordt gelezen als "De integraal van a tot b van f x d x". Dit betekent: het oppervlak tussen x-as en de grafiek van de functie f tussen x=a en x=b, waarbij het oppervlak onder de x-as als negatief gerekend wordt.

f(x)dx wordt gelezen als "De integraal van f x d x". Dit heet een (onbepaalde) integraal of primitieve (functie) van f.

0bx2dx=13b3;x2dx=13x3+c

In veel formules worden de letters van het Griekse alfabet gebruikt.

Sjabloon:Appendix

  1. Symbolen in de kolom "(HTML)" worden alleen goed weergegeven als de HTML 4-karakters volledig in de browser zijn geïmplementeerd.