Idempotente matrix

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de algebra is een idempotente matrix een matrix, die met zichzelf vermenigvuldigd weer zichzelf is. Een matrix M is dus idempotent, wanneer MM=M. Het is hiervoor noodzakelijk dat M een vierkante matrix is.

[1001] en [224134123] zijn een voorbeeld van een 2×2 en een 3×3 idempotente matrix.

2 × 2 Voorbeeld

Als een matrix (abcd) idempotent is, dan

  • a=a2+bc,
  • b=ab+bdb(1ad)=0b=0 of d=1a,
  • c=ca+cdc(1ad)=0c=0 of d=1a,
  • d=bc+d2.

Het is dus voor iedere 2×2 idempotente matrix zo, dat het een diagonaalmatrix is of dat het spoor ervan gelijk is aan 1. Voor iedere idempotente diagonaalmatrix zijn a en d ofwel 1 of 0.[1]

Als b=c is de matrix (abb1a) idempotent als a2+b2=a. a voldoet dus aan de vergelijking

a2a+b2=0 of (a12)2+b2=14.

Dit is een cirkel met centrum (1/2,0) en straal 1/2. Of, in termen van een hoek θ,

M=12(1cosθsinθsinθ1+cosθ) is idempotent, maar lineair afhankelijk.

b=c is geen noodzakelijke voorwaarde: iedere matrix

(abc1a) met a2+bc=a is idempotent, maar ook weer afhankelijk.

Eigenschappen

Met uitzondering van de eenheidsmatrix is een idempotente matrix singulier. Veronderstel dat M regulier is. MM=M voorvermenigvuldigd met M1 geeft M=I.

Het verschil tussen een eenheidsmatrix en een idempotente matrix is weer een idempotente matrix, volgens [IM][IM]=I2M+M2=I2M+M=IM.

Voor een idempotente matrix A geldt voor alle machten n1 dat An=A.

Een idempotente matrix is altijd diagonaliseerbaar en de eigenwaardes ervan zijn ofwel 0 of 1. Het spoor van een idempotente matrix is gelijk aan de rang van de matrix.

Sjabloon:Appendix

  1. [a00d][a00d]=[a200d2]