Gauss-kwadratuur

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gauss-kwadratuur is een door Carl Friedrich Gauss bedachte en door hem in 1814 gepubliceerde methode (kwadratuur).[1] om een integraal numeriek te benaderen. Gauss-kwadratuur levert van alle numerieke integratiemethodes de hoogste algebraïsche nauwkeurigheid op. De vorm met orthogonale polynomen, zoals die tegenwoordig gehanteerd wordt, stamt uit 1826 en is afkomstig van Carl Jacobi.[2]

Achtergrond

De achterliggende gedachte van gauss-kwadratuur is de integraal van een functie te benaderen door de gewogen som van de functiewaarden in een aantal zogeheten steunpunten (xk)k:

abf(x)dxk=1nwkf(xk)

Dit blijkt goed mogelijk te zijn, als de functie benaderd kan worden door een polynoom van voldoend hoge graad

f(x)P(x)

en voor elke n de steunpunten en de gewichten (wk)k eenmalig zo gekozen kunnen worden dat de benadering exact is voor polynomen van maximaal de graad 2n1[3]:

abP(x)dx=k=1nwkP(xk)

Bovendien is de benadering voor andere functies in bepaalde zin met deze keuze optimaal.

De benaderende polynoom wordt geschreven als een lineaire combinatie van polynomen uit een rij orthogonale polynomen met betrekking tot het inproduct

f,g=abf(x)g(x)dx

Er is nog een vrije keuze wat de norm van de polynomen betreft, en een geschikte keuze is de polynomen normeren op 1, zodat ze een orthonormaal stelsel vormen.

Omdat P0(x)=c en P0,P0=c2(ba)=1, is

P0(x)=c=1ba

en

P0,Pm=0 voor m>0

Dus is ook voor m>0:

abPm(x)dx=0

Door deze eisen zijn de polynomen vastgelegd.

Elke polynoom P van de graad n is een lineaire combinatie van de polynomen P0,P1,,Pn:

P(x)=k=0nαkPk(x)

waarin

αk=P,Pk

immers:

P,Pk=m=0nαmPm,Pk=m=0nαmPm,Pk=m=0nαmδmk=αk

Er blijft dus nog de gewichten wk en steunpunten xk te bepalen zo, dat voor m=0,,n

k=1nwkPm(xk)=abPm(x)dx=δm0ba

Voor het steunpunt xk neemt men de k-de wortel van Pn, dan ontstaat voor de gewichten een stelsel van n lineaire vergelijkingen (van de n+1 vergelijkingen is die voor m=n triviaal, aangezien Pn(xk)=0).

k=1nwkPm(xk)=0 voor m=1,,n1
k=1nwk=ba

De vergelijkingen kunnen omgevormd worden tot het stelsel:

k=1nwkxkm=abxmdx=1m+1(bm+1am+1) voor m=0,n1

Voor de zo bepaalde steunpunten en gewichten geldt nu dat inderdaad:

abP(x)dx=abk=0nαkPk(x)dx=k=0nαkabPk(x)dx=
=k=0nαki=1nwiPk(xi)=i=1nwik=0nαkPk(xi)=i=1nwiP(xi)

Gauss-legendrekwadratuur

Gauss-legendrekwadratuur (GLK) is een speciaal geval van gauss-kwadratuur. Ze dient om de integraal van een functie f(x) over het interval [1,1] numeriek te benaderen. Dat gebeurt door de gewogen som te nemen van de functiewaarden f(xi) in bepaalde steunpunten xi. Het aantal steunpunten in de GLK-formule van graad n is n+1.

11f(x)dxi=0nwif(xi)

De steunpunten zelf liggen bij een bepaalde graad n van GLK vast en liggen symmetrisch rondom de oorprong 0. Het zijn de wortels van de legendreveelterm van de graad n+1. Ze zijn niet equidistant. Dat betekent dat de afstand tussen twee opeenvolgende punten xi en xi+1 niet altijd dezelfde is. Daarmee onderscheidt GLK zich van andere numerieke integratiemethoden die meestal wel equidistante steunpunten hebben.

De gewichten (wi) liggen ook vast bij een bepaalde graad n. Ze kunnen berekend worden uit de legendreveelterm Pn+1 van graad n+1:

wi=2(1xi2)(P'n+1(xi))2

Gauss-legendrekwadratuur van graad n heeft een nauwkeurigheidsgraad van 2n+1. Dat betekent dat GLK van graad n een veelterm van graad 2n+1 exact kan integreren. De hoge nauwkeurigheidsgraad, vergeleken met andere numerieke integratiemethodes, is een gevolg van de orthogonaliteit van de legendreveeltermen op het interval [1,1].

Uitbreiding

De methode kan worden uitgebreid tot een- of tweezijdig onbegrensde intervallen en inproducten van de vorm:

f,g=abf(x)g(x)W(x)dx,

waarin de functie W een geschikte wegingsfuntie is en de benadering van de vorm is:

abf(x)dx=abg(x)W(x)dxk=1nwkg(xk)

Formule

De integraal van de functie f met gewichtsfunctie W wordt door de kwadratuurformule als volgt benaderd:

abW(x)f(x)dxk=1ncn/cn1Pn(xk)Pn1(xk)f(xk)

Daarin

  • is Pn(x) een polynoom van de graad n en vormen de polynomen Pn een voor de integraal orthonormaal stelsel, dus:
abW(x)Pn(x)Pm(x)dx=δnm
  • zijn x1,,xn de nulpunten van Pn(x)
  • is cm de coëfficiënt van xm in Pm(x)
  • stelt P'n(x) de afgeleide van Pn(x) voor
  • is δnm de kroneckerdelta, dus 1 als n=m en 0 als nm

Gauss-laguerrekwadratuur

Gauss-laguerrekwadratuur is de toepassing van Gauss-kwadratuur op functies op het interval [0,) en gewichtsfunctie W(x)=ex. Een stelsel orthogonale polynomen wordt gevormd door de laguerre-polynomen. De te benaderen integraal wordt geschreven en benaderd als

0f(x)dx=0exexf(x)dxk=1nwkexkf(xk)

Gauss-hermitekwadratuur

Gauss-hermitekwadratuur is de toepassing van Gauss-kwadratuur op functies op het interval (,) en gewichtsfunctie W(x)=ex2 . Een stelsel orthogonale polynomen wordt gevormd door de hermite-polynomen. De te benaderen integraal wordt geschreven en benaderd als

f(x)dx=ex2ex2f(x)dxk=1nwkexk2f(xk)

Voorbeeld

Op het interval [1,1] vormen de legrendre-polynomen een orthogonaal stelsel. Voor n=4 is de genormeerde versie

P4(x)=1892(35x430x2+3)

Deze polynoom is kwadratisch in x2, dus zijn de nulpunten van de vorm

x2=30±43070,

dus

x4=x1=37+47310
x3=x2=3747310

De vergelijkingen voor de gewichtsfactoren zijn:

k=14wk=2
k=14wkxk=k=14wkxk3=0
k=14wkxk2=23,

waaruit volgt

w1=w4 en w2=w3
w1+w2=1
w1x12+(1w1)x22=13

Dus is

w1=13x22x12x22=1337+4731087310=12+(1337)78103=121656

zodat

w1=w4=121656 en w2=w3=12+1656

Als benadering voor de integraal

I=11cos(π2x)dx=4π=1,2732395

geeft Gauss-kwadratuur:

Iwkcos(π2xk)=1,2732295

De gewichtsfactoren kunnen ook met de genoemde formule berekend worden:

w1=c4/c3P4(x1)P3(x1)

Nu is

P4(x1)/c4=4x13127x1

en

P3(x)=1272(5x33x)

dus

c3=5272

en

c3P3(x1)=358(5x133x1).

Invullen levert:

w1=1(4x13127x1)(358(5x133x1))=
=25(7x133x1)(5x133x1)=
=25(35x1636x14+9x12)

Omdat x1 een nulpunt is van P4, is 35x14=30x123, met als gevolg:

w1=25(x12(30x123)36x14+9x12)=
=115x12(1x12)=
=496(30+430)(1030)=
=496(18+30)=
=496(18230)(1830)=
=121656

Referenties

Sjabloon:References

  1. Methodus nova integralium valores per approximationem inveniendi, Comm. Soc. Sci. Göttingen Math., deel 3, 1815, 29-76, Gallica, (gedateerd 1814). Gearchiveerd op 30 november 2022.
  2. Jacobi Ueber Gauß’ neue Methode, die Werthe der Integrale näherungsweise zu finden. Journal für Reine und Angewandte Mathematik, deel 1, 1826, 301-308, Online
  3. Stoer, Josef; Bulirsch, Roland (2002), Introduction to Numerical Analysis (3e druk), Springer, ISBN 978-0-387-95452-3