Differentievergelijking

Uit testwiki
Versie door imported>Wikiwernerbot op 23 jun 2023 om 12:24 (Botverzoeken: toevoegen archieflinks en vervangen http:// door https://)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de wiskunde, meer in het bijzonder de discrete wiskunde, is een differentievergelijking, ook aangeduid als recurrente betrekking of recursief voorschrift, een relatie, waarmee de elementen van een rij in recursieve vorm worden gedefinieerd, dat wil zeggen dat ieder element van de rij is een functie van de voorgaande elementen. Als we de rij aangeven met x, wordt het element met index n gegeven door:

xn=fn(xn1,xn2,,x1,x0)

De rij wordt dan volledig bepaald door x0 en de functies (fn)n1, of als we ook een constante functie f0 gebruiken: volledig bepaald door de functies (fn)n0.

Speciaal geval:

xn=f(xn1,xn2,,xnk)

De rij wordt dan volledig bepaald door x0,,xk1 en de functie f.

Een differentievergelijking is het discrete analogon van een differentiaalvergelijking. Een differentievergelijking legt het verband tussen de waarden van een functie op discrete tijdstippen, met evenveel tijd ertussen. Dat is dus anders dan bij de eindige-elementenmethode, waarbij het verschil tussen de verschillende punten eventueel wel mag verschillen.

Lineaire differentievergelijkingen

Een speciaal geval vormen de lineaire differentievergelijkingen, waarin de functie f een lineaire functie is. Een lineaire differentievergelijking van de orde k heeft de vorm:

xn=c0(n)+c1(n)xn1+c2(n)xn2++ck(n)xnk,

waarin de coëfficiënten c nog van n kunnen afhangen. Zijn de coëfficiënten c niet afhankelijk van n, dan spreken we van een lineaire differentievergelijking van de orde k met constante coëfficiënten:

xn=c0+c1xn1+c2xn2++ckxnk

In het geval c0=0 spreken we van de homogene vergelijking, waarvan oplossingen worden gevonden door de substitutie:

xn=λn,

waardoor de vergelijking overgaat in:

λn=c1λn1+c2λn2++ckλnk

of

λkc1λk1c2λk2ck1λck=0.

De vergelijking heet de karakteristieke vergelijking.

Als alle wortels λ1,,λk verschillend zijn, wordt de algemene oplossing van de homogene differentievergelijking gegeven door:

xHn=a1λ1n++akλkn,

waarin de coëfficiënten ai nog vrij kunnen worden gekozen. Na het vinden van een speciale oplossing xSn van de algemene vergelijking, wordt de oplossing gegeven door:

xn=xSn+xHn

Rij van Fibonacci

De rij van Fibonacci wordt gedefinieerd door de differentievergelijking:

u0=0
u1=1
un=un1+un2 voor n=2,3,

In dit voorbeeld van een lineaire differentievergelijking hangt de waarde van de volgende term slechts af van de twee voorgaande. We zeggen dat de differentievergelijking van de tweede orde is.

De differentievergelijking voor de rij van Fibonacciis een homogene lineaire differentievergelijking van de orde 2 met constante coëfficiënten. De karakteristieke vergelijking is:

λ2λ1=0,

met wortels:

λ1,2=1±5 2

De algemene oplossing is:

xHn=a1λ1n+a2λ2n

Uit de beginvoorwaarde x0=0 volgt dat a1=a2 en uit x1=1 en het gegeven dat:

λ1λ2=5 

volgt dat

a1=15 ,

zodat de algemene oplossing is:

xn=(1+5 )n(15 )n2n5 

Logistische differentievergelijking

Bifurcatiediagram voor de logistische differentievergelijking

De logistische differentievergelijking

xn+1=rxn(1xn)

met parameter r in [0,4] en een beginwaarde x0 is een bekend voorbeeld dat Mitchell Feigenbaum heeft bestudeerd.[1]

De linkerafbeelding toont het verloop van 63 iteraties, achtereenvolgens voor toenemende waarden van r van 2 tot 4, behalve bij sommige beginwaarden x0:

  • Tot de waarde 3 convergeert de rij naar het dekpunt 11/r.
  • Tussen de waarden 3 en 1+6  (3,44949) oscilleert de rij tussen twee waarden zonder te convergeren.
  • Tussen ongeveer 3,44949 en 3,54409, een nulpunt van een polynoom van de 12e graad}[2] is er een cyclus van vier waarden.
  • Na ongeveer 3,54409 wordt het een cyclus van acht waarden en treedt er daarna steeds weer een periodeverdubbeling op. De lengtes van de intervallen worden steeds gedeeld door een factor die nadert tot de constante van Feigenbaum van ongeveer 4,66920. Het verloop van de iteraties wordt daarbij steeds chaotischer.

Feigenbaum toonde aan dat hetzelfde gedrag en dezelfde constante voorkomen in een brede klasse van wiskundige functies voor het begin van de chaos. Door dit universele resultaat kregen wiskundigen greep op het schijnbaar onhandelbare 'willekeurig' gedrag van chaotische systemen.

Sjabloon:Appendix