Wet van Betz

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Volgens de wet van Betz, ontwikkeld door Albert Betz, is er een theoretisch maximale hoeveelheid energie die door middel van een rotor (bijvoorbeeld wieken van een windmolen) aan een stromend fluïdum (wind) kan worden onttrokken.

Om deze te berekenen gebruikt men het model van een cirkelvormige schijf in plaats van de rotor waarbij de schijf de energie onttrekt aan het fluïdum dat erdoor gaat. De snelheid van het fluïdum is lager ná de schijf dan er voor.

Stel v1 is de snelheid van het fluïdum vóór de rotor en v2 de snelheid erna. De gemiddelde snelheid is:

vavg=12(v1+v2)

Noem de oppervlakte van de schijf S en ρ de dichtheid van het fluïdum. De massastroom (de massa van het fluïdum per tijdseenheid) is dan:

m˙=ρSvavg=ρS(v1+v2)2

Het onttrokken vermogen is het verschil in kinetische energie van het instromende en uitstromende fluïdum per tijdseenheid:

E˙=12m˙(v12v22)=
=14ρS(v1+v2)(v12v22)=
=14ρSv13(1(v2v1)2+(v2v1)(v2v1)3)
De horizontale as geeft aan de verhouding v2v1, de verticale as de "prestatiecoëfficient" Cp

Door E˙ te differentiëren naar v2v1 bij een fluïdumsnelheid van v1 en een oppervlakte S vindt men de maximale of minimale waarde voor E˙. De uitkomst is dat E˙ een maximum bereikt bij v2v1=13.

Substitueer deze waarde met als resultaat:

E˙max=162712ρSv13

Het vermogen dat beschikbaar in een cilindrisch fluïdum met een oppervlakte van de doorsnede S en die zich beweegt met een snelheid v1 is:

E˙=12ρSv13


De prestatiecoëfficiënt Cp=EmaxE heeft een maximale waarde Cp,max=1627=0,593.

Verliezen door een rotor vormen de belangrijkste energieverliezen in, bijvoorbeeld, een windmolen. Het is belangrijk om deze dan ook zo klein mogelijk te maken. Moderne rotors hebben een Cp-waarde van ongeveer 0,4 tot 0,5, wat dus overeenkomt met ongeveer 70 tot 80% van wat theoretisch mogelijk is.

Referentie

Betz, A. (1966) Introduction to the Theory of Flow Machines. (D. G. Randall, Trans.) Oxford: Pergamon Press.