Wederzijdse inductie

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Wederzijdse inductie of mutuele inductie is het verschijnsel dat de elektrische stroom door de een spoel een elektrisch potentiaalverschil opwekt in een andere spoel. Het is het werkzame mechanisme in een transformator, maar kan ook ongewenste koppeling veroorzaken tussen geleiders in een elektronisch circuit.

Neumannformule

De wederzijdse inductie M is een maat voor de koppeling tussen twee inductoren. De wederzijdse inductie door de draadlus i op de draadlus j wordt gegeven door de Neumannformule:

Mij=μ04πCiCjdridrj|rirj|

Deze formule volgt uit de uitdrukking voor de flux Φij door de lus i als gevolg van de stroom Ij door lus j met behulp van de stelling van Stokes:

MijIj=Φij=Sišjda=Si(ך€j)da=Ciš€jds=Ci(μ0Ij4πCjdrj|rirj|)dri

waarin

Ck de gesloten kromme is gevormd door de draadlus k
Bj de magnetische fluxdichtheid is ten gevolge van de stroom door de lus j
Aj de bijbehorende vectorpotentiaal is.

De wederzijdse inductie is dus een puur geometrische grootheid, onafhankelijk van de stroom door de lussen.

De wederzijdse inductie voldoet ook aan de relatie:

M21=N1N2Λ21

waarin

M21 de wederzijdse inductie is; het onderschrift geeft aan dat het gaat om een relatie tussen de spanning in spoel 1 en de stroom in spoel 2.
N1 het aantal windingen van spoel 1 is,
N2 het aantal windingen van spoel 2 is en
Λ21 de permeantie is van de ruimte waar de flux doorheen gaat.

Koppelingscoƫfficiƫnt

De wederzijdse inductie heeft een verband met de koppelingscoƫfficiƫnt. Dit getal heeft altijd een waarde tussen 1 en 0 en is een handige manier om de relatie tussen een bepaalde oriƫntatie van een inductor en een willekeurige inductie te specificeren:

M=kL1L2

waarin

k de koppelingscoĆ«fficiĆ«nt is 0 ≤ k ≤ 1,
L1 de inductie van de eerste spoel is en
L2 de inductie van de tweede spoel is.

Wanneer deze factor M bepaald is, kan hij gebruikt worden om het gedrag van een circuit te voorspellen:

V=L1dI1dt+MdI2dt,

waarin

V is de spanning over de inductor is,
L1 de inductie van de inductor is,
dI1/dt de tijdsafgeleide van de stroom door de inductor is,
M is de wederzijdse inductie is en
dI2/dt de tijdsafgeleide is van de stroom door de inductor die aan de eerste inductor gekoppeld is.

Transformator

Een speciale vorm van wederzijdse inductie is in een transformator. In de meeste gevallen wordt een transformator zo ontworpen dat de koppelingscoƫfficiƫnt zo dicht mogelijk bij 1 ligt.