Voortplantingssnelheid

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De voortplantingssnelheid van een golf is de snelheid waarmee de golf zich door de ruimte voortplant. Golfvoortplanting treedt bijvoorbeeld op bij licht, geluid en golven aan het wateroppervlak. Licht en andere elektromagnetische golven kunnen zich door vacuüm voortplanten, maar de meeste typen golven hebben een medium (tussenstof) nodig: bij geluid is dat lucht of een ander samendrukbaar materiaal, en bij watergolven is dat een wateroppervlak.

De voortplantingssnelheid is afhankelijk van het medium en het type golf. De voortplantingssnelheid van licht en andere elektromagnetische golven, de lichtsnelheid, is in vacuüm een universele constante. In andere media is de waarde van de lichtsnelheid niet alleen lager dan in vacuüm, maar verschilt ook van medium tot medium afhankelijk van de brekingsindex en kan zelfs bij anisotrope media in verschillende richtingen andere waarden hebben. Ook is de lichtsnelheid voor media met dispersie frequentie-afhankelijk. De geluidssnelheid is eveneens afhankelijk van het soort materiaal en de dichtheid, en de snelheid van een golf op het wateroppervlak hangt onder meer af van de diepte en de golflengte.

De voortplantingssnelheid van een golf is in principe de snelheid waarmee een golffront zich uitbreidt. De moeilijkheid daarbij is dat een golf vaak een superpositie is, waarvan de afzonderlijke componenten verschillende voorplantingssnelheden kunnen hebben.

Harmonische golf

Een harmonische golf in één richting, zeg de x-richting, met amplitude A en hoekfrequentie ω [s1] wordt beschreven door de uitwijking:

u(x,t)=Acos[ω(txv)]

Daarin is v de voortplantingssnelheid.

Men schrijft vaak:

u(x,t)=Acos(ωtkx),

met k=ω/v het (cirkel)golfgetal in m1.

In startpunt is u(0,t)=Acos(ωt) met periode 2π/ω en op starttijd is u(x,0)=Acos(kx) met golflengte 2π/k.

Tussen de voortplantingssnelheid v en andere grootheden bestaan de volgende betrekkingen:

v=λT=λf=ωk

Hierin is λ de golflengte, T de periode en f de frequentie.

Fase- en groepssnelheid

Doordat een golf meestal bestaat uit een superpositie van harmonische golven, kunnen de snelheden van de afzonderlijke componenten uiteenlopen. Men maakt daarom onderscheid in fasesnelheid en groepssnelheid. De fasesnelheid is de snelheid waarmee een punt op de golf met vaste fase zich voortplant en de groepssnelheid de snelheid waarmee de omhullende van de golf zich voortplant.

Om de begrippen te verduidelijken beschouwen we een golf die bestaat uit twee harmonische golven, voor het gemak elk met amplitude 1 en fasehoek 0, voor i=1,2 beschreven door:

cos(ωitkix)

met cirkelfrequenties ωi en (cirkel)golfgetallen ki (vi=ωi/ki).

De superpositie van beide is:

cos(ω1tk1x)+cos(ω2tk2x)=2cos(ωfasetkfasex)cos(ωgroeptkgroepx)

waarin:

ωfase=12(ω1+ω2)
ωgroep=12(ω1ω2)

en

kfase=12(k1+k2)
kgroep=12(k1k2)
Bestand:Wave group.gif
Rood blokje met fasesnelheid, groene punten met groepssnelheid: 2 op 1. Rimpels op wateroppervlak, -diepte is groot.

We zien daarin twee golfverschijnselen, een met de gemiddelde cirkelfrequentie ωfase van beiden en voortplantingssnelheid vfase, de fasesnelheid, en een ander met als cirkelfrequentie ωgroep het halve verschil van beiden en voortplantingssnelheid vgroep, de groepssnelheid. Voor ons oog verschijnt een snel fluctuerende golf met voortplantingssnelheid de fasesnelheid, waarvan de amplitude langzaam varieert volgens de tweede golf die de omhullende van de golf bepaalt. Deze omhullende plant zich voort met de groepssnelheid.

We drukken de beide snelheden uit in de basisgrootheden cirkelfrequentie en voortplantingssnelheid:

vfase=ωfasekfase=ω1+ω2k1+k2=ω1+ω2ω1/v1+ω2/v2
vgroep=ωgroepkgroep=ω1ω2k1k2=ω1ω2ω1/v1ω2/v2

Anders geschreven:

1vfase=ω1ω1+ω21v1+ω2ω1+ω21v2
1vgroep=ω1ω1ω21v1ω2ω1ω21v2

De fasesnelheid is dus het met de frequenties gewogen harmonisch gemiddelde van de beide snelheden en de groepssnelheid het gewogen harmonisch verschil.

Daaruit zien we dat in het geval de voortplantingssnelheden v1 en v2 van de golfcomponenten gelijk zijn (amplitude wordt 2?), ook de fasesnelheid en de groepssnelheid daaraan gelijk zijn.

Fase- en groepssnelheid bij kleurschifting

Interessant wordt het als er van dispersie sprake is, zodat de beide voortplantingssnelheden verschillen. Dan gaan ook de fase- en groepssnelheid van elkaar verschillen. In de animatie is dit duidelijk te zien.

Het algemene geval is moeilijker te analyseren. Een golfpakket kan beschreven worden door:

u(x,t)=A(ω)ei(k(ω)xωt)dω

Als het golfpakket min of meer pulsvormig is, zal het spectrum A tamelijk scherp gepiekt zijn rondom een waarde ωfase. Het golfgetal kan dan ontwikkeld worden rond deze waarde:

k(ω)=kfase+k(ωfase)(ωωfase)+

Dat levert als benadering:

u(x,t)ei(kfasexωfaset)A(ω)ei(k(ωfase)xt)ωdω

De eerste term laat een golf zien met cirkelfrequentie ωfase, de centrale (verwachte) waarde van het spectrum. De voortplantingssnelheid daarvan, de fasesnelheid is:

vfase=ωfasekfase

De tweede (de integraal) stelt de groep voor. De voortplantingssnelheid daarvan, de groepssnelheid, is:

vgroep=1k(ωfase)=ωk|k=kfase

De groepssnelheid wordt algemeen gedefinieerd als:

vgroep=ωk

In het bovenstaande discrete geval van twee harmonische golven, moet dit als het genoemde differentiequotiënt (vgroep=ωgroepkgroep=ω1ω2k1k2) geïnterpreteerd worden.

Daarmee kan de volgende relatie (Rayleigh) afgeleid worden:

vgroep=vfase+kfasedvfasedkfase

Omdat

kfase=2πλ

luidt deze betrekking in termen van de golflengte λ:

vgroep=vfaseλdvfasedλ