Stelling van Ostrowski

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De stelling van Ostrowski is een stelling uit de getaltheorie die zegt dat elke niet-triviale absolute waarde op de rationale getallen equivalent is met ofwel de gebruikelijke absolute waarde of met een p-adische absolute waarde. De stelling werd in 1916 bewezen door Alexander Ostrowski.

Definitie

Voor elk priemgetal p is de p-adische absolute waarde ||p gedefinieerd door:

|x|p={0,voor x=0pn,voor x=pnab met a,b,p paarsgewijze onderling priem en n

Equivalentie

Twee absolute waarden || en || op een verzameling V zijn equivalent, als voor alle xV geldt:

|x|<1|x|<1

Voor absolute waarden op een lichaam K is deze eis gelijkwaardig met het bestaan van een reële constante c>0, zo, dat voor alle xK geldt:

|x|=|x|c

Stelling

Elke niet-triviale absolute waarde ||* op de rationale getallen is equivalent met de absolute waarde || of met een p-adische absolute waarde ||p.

Bewijs

Er worden twee gevallen onderscheiden:

  1. Er is een n met |n|*>1
  2. Voor alle n is |n|*1
Geval 1

Er is een n met |n|*>1. Nu is |0|*=0 en |1|*2=|1|*, zodat |1|*=1, dus n>1.

Zij b,k met b>1. Schrijf b-tallig:

nk=i=0mcibi met ci{0,1,,b1} en cm>0

Dan is

nkbm, dus mklognlogb

Maar

|n|*k=|nk|*i=0m|cibi|*(m+1)maxi{|cibi|*}=(m+1)maxi{|ci|*|b|*i}(m+1)maxi{|ci|*}max{|b|*m,1}

Nu is

maxi{|ci|*}maxk=0b1{|k|*}b en |bi|*=|b|*imax{|b|*m,1}

dus

|n|*kb(m+1)max{|b|*m,1}b(klogbn+1)max{|b|*klogbn,1}

Dus

|n|*(b(klogbn+1))1kmax{|b|*logbn,1}

Als k, volgt

(b(klogbn+1))1k1

zodat

|n|*max{|b|*logbn,1}

Samen met |n|*>1 blijkt dus dat |b|*>1 voor elke keuze van b>1 (anders zou |b|*logbn1, zodat |n|*1). Bijgevolg moet voor iedere a>1 gelden |a|*>1.

Dus is voor alle b,a:

|a|*|b|*logalogb

of herschreven

log|a|*logalog|b|*logb

Uit symmetrie volgt dan gelijkheid.

Omdat b,a willekeurig zijn, is er een constante c+ waarvoor

log|k|*=clogk

d.w.z.

|k|*=kc=|k|c

voor alle k,k>1.

Dus is |x|*=|x|c ook voor alle x, waarmee de equivalentie is aangetoond.

Geval 2

Voor alle n is |n|*1. Maar dan is er een priemgetal p, en dat is het enige, waarvoor |p|*<1. Stel namelijk dat voor het priemgetal qp ook geldt dat |q|*<1.

Kies dan w zo, dat |p|*w<12 en |q|*w<12. Volgens het algoritme van Euclides zijn er gehele getallen a,b waarvoor apw+bqw=1. Dan volgt

1=|1|*|a|*|p|*w+|b|*|q|*w<|a|*+|b|*21

wat een tegenspraak inhoudt.

Elke n is het product van priemgetallen, dus:

|n|*=|i<rpimi|*=i<r|pi|*mi=|p|*m=(pm)c=|n|pc,

met c=log|p|*logp en m=0,|n|*=1 als n niet deelbaar is door p.

Maar dan is ook voor alle x

|x|*=|x|pc

dus is ||* equivalent met een p-adische absolute waarde.