Reguliere taal

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De reguliere talen vormen een klasse van formele talen. Reguliere talen hebben een relatief eenvoudige structuur, waardoor ze zeer geschikt zijn om door computerprogramma's verwerkt te worden. Daarom hebben ze vele toepassingen in de informatica, onder andere in tekstbewerkingsprogramma's (reguliere expressies), in de compilerbouw (in het bijzonder bij de lexicale analyse) en bij modelverificatie.

Definitie

Een alfabet Σ is een verzameling van letters. De verzameling van reguliere talen over het alfabet Σ is recursief gedefinieerd:

  • De lege taal is een reguliere taal.
  • De taal die slechts uit de lege string bestaat, {ϵ}, is een reguliere taal.
  • Voor alle aΣ is de singletontaal {a} een reguliere taal.
  • Als A en B reguliere talen zijn, dan zijn ook AB (vereniging), AB (concatenatie) en A* (Kleene-ster) reguliere talen.
  • Geen andere talen over Σ zijn regulier.

Alternatief kan een reguliere taal ook gedefinieerd worden als een formele taal die een van de volgende equivalente eigenschappen vervult:

Alle eindige talen zijn regulier. Andere voorbeelden zijn de taal die bestaat uit alle strings over het alfabet {a,b} met een even aantal a's, of de taal van de vorm: een aantal a's gevolgd door een aantal b's.

Afsluiteigenschappen

De reguliere talen zijn gesloten onder de volgende bewerkingen, dit betekent: als K en L reguliere talen zijn, dan zijn de volgende talen ook regulier:

  • de booleaanse operaties: de vereniging KL, doorsnede KL, en het complement K¯ van K, en daardoor ook het verschil KL,
  • de reguliere operaties: concatenatie KL en Kleene-ster K* van K en L,
  • het beeld ϕ(L) van L onder een homomorfisme,
  • het omgekeerde (of spiegelbeeld) LR van L,
  • HALF(L), de verzameling van strings die bestaan uit de eerste helft van de strings in L.

Beslisbare eigenschappen

Een van de redenen dat reguliere talen vaak gebruikt worden, is dat veel beslissingsproblemen met betrekking tot reguliere talen beslisbaar zijn. Ten eerste is het beslisbaar of een willekeurig woord tot de taal behoort.

Of een reguliere taal L leeg is (L=) kan bepaald worden door vast te stellen of er in de DFA van de taal minstens een pad van een begin- naar een eindtoestand is; als dat niet het geval is, is de taal leeg. Dit kan met een padzoekalgoritme worden bepaald. Aangezien de reguliere talen afgesloten zijn onder booleanse operaties (zie boven), volgt hier ook uit dat de volgende beslissingsproblemen beslisbaar zijn:

  • Deelverzameling: gegeven reguliere talen L1 en L2, beslis of L1L2 (dit geldt als L1L2 leeg is)
  • Equivalentie: gegeven reguliere talen L1 en L2, beslis of L1=L2 (dit geldt als L1L2 en L2L1)
  • Universaliteit: gegeven een reguliere taal L, beslis of L=Σ* (dit geldt als het complement van L leeg is)

Beslissen of een taal regulier is

In de Chomskyhiërarchie kan men zien dat elke reguliere taal contextvrij is. Het omgekeerde is echter niet het geval: bijvoorbeeld de taal die bestaat uit alle strings met hetzelfde aantal a's en b's is contextvrij, maar niet regulier. Om te bewijzen dat een taal niet regulier is gebruikt men de stelling van Myhill-Nerode of de pompstelling.

Referenties