Middelpuntzoekende versnelling

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Bij een eenparig cirkelvormige beweging wordt de resultante kracht de middelpuntzoekende kracht genoemd. De versnelling die het gevolg is van deze kracht wordt de middelpuntzoekende versnelling of ook wel de centripetale versnelling genoemd.

Definitie

Bij een eenparige beweging zorgt een versnelling voor een snelheidsverandering (dus een eenparig versnelde beweging). Bij een cirkelbeweging verandert de snelheid niet van grootte maar alleen van richting. De cirkelbeweging ís eenparig in grootte. De versnellingsvector staat steeds loodrecht op de richtingsvector van de snelheid: de richting van de beweging verandert voortdurend.

Volgens de eerste wet van Newton (de traagheidswet) neigt een voorwerp rechtdoor te gaan (niet van snelheid en richting te veranderen), in het geval van een cirkelbaan langs een raaklijn aan de baan. Maar door de middelpuntzoekende kracht die geleverd wordt door bijvoorbeeld een touw blijft het voorwerp in zijn cirkelbaan. Men kan de middelpuntzoekende versnelling die bij deze kracht hoort als volgt berekenen:

F=Fmpz

Het wordt herleid:

ma=mv2r

De versnelling a is gelijk aan middelpuntzoekende kracht.

ampz=v2r=ω2r=4π2rT2

Waarbij geldt:

Vectorieel kan men ook schrijven:

a = ω x v

Afleiding

Deze formule werd het eerst afgeleid door Christiaan Huygens met behulp van gelijkvormige driehoeken. Onderstel dat een deeltje met éénparige snelheid langs een cirkelbaan met straal r beweegt van punt P naar punt P over een infinitesimale afstand gedurende infinitesimale tijd dt. Omdat dt infinitesimaal is verwaarlozen we het lengteverschil tussen de cirkelboog PP en de afstand dx tussen P en P. Middelpunt van de cirkelbaan is M.

De ene driehoek is MPP. Deze driehoek is gelijkbenig, want MP=MP=r, de straal van de cirkelbaan.

In P resp. in P heeft het deeltje snelheid v resp., v. Deze snelheidsvectoren zijn gelijk in grootte, maar niet in richting. Is de infinitesimale snelheidsverandering dv, dan geldt vectorieel dat v+dv=v. (N.B.: de vector dv wijst naar M, dus de gezochte versnelling ook.)

De tweede gelijkbenige driehoek heeft zijden v, v, en dv.

De vectoren v en v raken aan de cirkel in P resp. P en staan daar dus loodrecht op de voerstralen MP en MP. Hieruit volgt dat de hoeken ingesloten door enerzijds MP en MP en anderzijds v en v gelijk zijn en de twee driehoeken dientengevolge gelijkvormig.

Omdat overeenkomstige zijden dan dezelfde verhouding hebben geldt dat

dxr=dvv.

Maar dan geldt ook, dat

1rdxdt=1vdvdt

en dus

dvdt=vrdxdt.

Omdat dvdt=a en dxdt=v vinden we ten slotte dat

a=dvdt=vrdxdt=v2r.