Loxodroomnavigatie

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Sjabloon:Legenda-lijnSjabloon:Legenda-lijn De hoek met de meridianen blijft bij de loxodroom gelijk, terwijl die bij de grootcirkel toeneemt.
Terwijl de hoek λAB gelijk blijft, neemt de booglengte van een parallel af met toenemende breedte ϕ.

Loxodroomnavigatie is het navigeren naar een bepaalde positie langs de loxodroom, een lijn over het aardoppervlak die met alle meridianen een gelijke hoek maakt en waar de koers gelijk blijft. Het wordt toegepast bij kustnavigatie en relatief korte trajecten. Bij grotere afstanden wordt grootcirkelnavigatie toegepast, omdat de afstand die daarbij moet worden afgelegd kleiner is. Loxodroomnavigatie op een kompas is eenvoudiger.

In het Engels wordt daarbij onderscheid gemaakt tussen:

  • plane sailing
  • traverse sailing
  • parallel sailing, koers 90° of 270°
  • middle-latitude sailing of mean and corrected mean latitude sailing
  • Mercator sailing

Plane sailing

Plane sailing-driehoek
Met goniometrie zijn hiermee de koers, afstand en het breedteverschil te bepalen

Het is met goniometrie mogelijk wanneer de Aarde op een kaart als plat vlak is weergegeven, koers, afstand en breedteverschil af te leiden. Het lengteverschil is met deze methode niet te bepalen en het is ook alleen voor afstanden mogelijk tot enkele honderden zeemijlen.

De berekeningen worden daarbij gedaan aan de hand van een rechthoekige driehoek. De rechthoekszijdes zijn daarbij de meridiaan door het punt van vertrek A en de parallel door het punt van aankomst B, terwijl de schuine zijde wordt gevormd door de loxodroom tussen A en B.

Als de koers K en afstand Vlox bekend zijn, volgt het breedteverschil ΔϕAB uit:

ΔφAB=VloxcosK

Als het breedteverschil en de koers bekend zijn, volgt de afstand uit:

Vlox=ΔφABcosK

Het lengteverschil in graden kan op deze manier niet worden uitgerekend, omdat met toenemende breedte de afstand van een graad langs de parallel afneemt. Deze departure p, de afstand van de oost-west-component van de loxodroom tussen A en B, is in zeemijlen:

p=VloxsinK

Traverse sailing

Traverse sailing
Achtereenvolgende koerslijnen kunnen worden gecombineerd tot een enkele koers en afstand.

Een traverse is een aantal koerslijnen bij elkaar genomen. Dit komt voor bij zeilschepen die laveren, waarbij verschillende koersen aan de wind worden gevaren. De traverse sailing geeft de resultante van deze koersen. Deze resultante kan worden gevonden door de koersen grafisch uit te zetten, maar kan ook worden berekend door van alle koerslijnen het breedteverschil en de departure op te tellen.

Parallel sailing

Bij de koersen 90° en 270° wordt een parallel gevolgd, zodat alleen de lengte verandert. De verheid of afstand is dan de booglengte van het lengteverschil. De booglengte van parallel AB verhoudt zich tot de booglengte van de evenaar CD met de cosinus van de breedte ϕ zodat de verheid met

Vpar=60ΔλABcosφ

kan worden gevonden. Andersom geldt voor het lengteverschil:

ΔλAB=Vpar60cosφ

Meridiaan

Bij een koers van 0° of 180° wordt een meridiaan gevolgd, zodat alleen de breedte verandert. Aangezien meridianen grootcirkels zijn, geldt:

Vmer=60ΔφAB

Andersom geldt voor het breedteverschil:

ΔφAB=Vpar60

Middle-latitude sailing

Bij middle-latitude sailing wordt plane sailing gecombineerd met parallel sailing om het lengteverschil te vinden. In plaats van de middelbreedte wordt uit praktische overwegingen vaak de gemiddelde breedte genomen. De departure p wordt op die breedte ϕm omgerekend naar een lengteverschil.

ΔλAB=p60cosφm

Als de koerslijn over de evenaar gaat, moeten de noord- en zuidcomponent afzonderlijk worden opgelost.

Mercator sailing

Door in plaats van het breedteverschil ΔϕAB gebruik te maken van het vergrotende breedteverschil ΔBAB kan het lengteverschil ΔλAB worden gevonden.

Bij grotere afstanden is plane sailing onnauwkeurig, omdat hoekverschillen over de meridiaan direct naar een afstand kunnen worden omgezet, maar over de parallel niet. Parallellen zijn namelijk kleincirkels waarvan de straal afneemt met de toenemende breedte, zodat een gelijk hoekverschil op hogere breedte overeenkomt met een kleinere booglengte, die op de polen zelfs nul wordt. De meridianen zijn grootcirkels, zodat de booglengte gelijk blijft.

Vergrotende breedte

Voor andere koersen dan die langs een parallel of meridiaan kan de Mercator sailing worden toegepast. Dit is vergelijkbaar met plane sailing, maar maakt in plaats van het breedteverschil gebruik van het verschil ΔBAB in vergrotende breedte en in plaats van de departure van het lengteverschil ΔλAB.

Om de koers en verheid af te kunnen leiden tussen twee posities, moeten de lengtes tussen de parallellen en de meridianen overeenkomen. Dit wordt bereikt door de schalen langs de parallel en de meridiaan gelijk te maken. De schaal op de evenaar s0 verhoudt zich tot de schaal op breedtegraad ϕsϕ volgens de schaalformule:

sφ=s0cosφ

Dit is in de richting van de parallel. Om afstanden langs de parallel en de meridiaan gelijk te maken, moet de afstand tussen de parallellen toenemen. Dit is de vergrotende breedte.

Voor het vergrotende breedteverschil tussen positie A en B geldt:

ΔBAB=180πln[tan(π4+φB2)tan(π4+φA2)]

Koers en verheid

De koers K tussen A en B kan dan worden uitgerekend aan de hand van:

tanKlox=ΔλABΔBAB

De loxodromische afstand VloxAB is:

VloxAB=60ΔφABcosKlox

Met gegist bestek gevonden positie

Als positie A en de koers en afstand zijn gegeven, volgt positie B uit het breedte- en lengteverschil. Het breedteverschil is:

ΔφAB=VloxABcosK60

Het lengteverschil ΔλAB volgt uit:

ΔλAB=tanKloxΔBAB

De met gegist bestek gevonden positie (ϕ,λ) is dan:

φB=φA+ΔφAB
λB=λA+ΔλAB

Literatuur