Liouville-getal

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de getaltheorie, een deelgebied van de wiskunde, is een Liouville-getal een reëel getal x met de eigenschap dat voor elk positief geheel getal n, er gehele getallen p en q bestaan, met q>1 en zodanig dat

0<|xpq|<1qn

In 1844 bewees Joseph Liouville dat alle Liouville-getallen transcendent zijn. Hiermee gaf hij ook het eerste bewijs van het bestaan van transcendente getallen.

Het bestaan van Liouville-getallen

De volgende constructie laat zien dat Liouville-getallen inderdaad bestaan.

Zij b2 een geheel getal, en (a1,a2,) een rij met voor alle k=1,2,3,, ak{0,1,2,,b1}, en zodat er oneindig veel getallen k zijn waarvoor geldt dat ak0. Definieer het getal x door

x=k=1akbk!=a1b1+a2b2+a3b6+a4b24+

In het speciale geval waarin b=10 en ak=1 voor alle k, wordt de uitkomst hiervan de constante van Liouville genoemd.

Uit de definitie volgt dat de representatie van x in grondtal b gegeven wordt door:

x=(0,a1a2000a300000000000000000a4000)b

Aangezien de representatie van x in het grondtal b geen repeterend gedeelte heeft, volgt hieruit dat x irrationaal is. Voor elk rationaal getal p/q geldt dus dat |xpq|>0.

Definieer nu voor elk positief geheel getal n1, qn en pn door

qn=bn!;pn=qnk=1nakbk!

Dan geldt:

0<|xpnqn|=k=n+1akbk!k=n+1b1bk!<k=(n+1)!b1bk=
=b1b(n+1)!k=01bk=b1b(n+1)!bb1=bb(n+1)!bn!b(n+1)!=1qnn

De laatste gelijkheid volgt uit het feit dat

nn!=nn!+n!n!=(n+1)!n!

Hieruit kunnen we concluderen dat elke op deze manier geconstrueerde x een Liouville-getal is.

Uit deze constructie volgt ook meteen dat de verzameling van Liouville-getallen overaftelbaar is. Neem bijvoorbeeld b=10, dan komt elke rij van cijfers tussen 0 en 9 waar oneindig veel cijfers niet nul zijn overeen met een uniek Liouville-getal. Met een diagonaalargument kan men dan eenvoudig laten zien dat deze deelverzameling van de Liouville-getallen overaftelbaar is, en dus ook de gehele verzameling van Liouville-getallen.

Irrationaliteit

Het blijkt dat het getal x=c/d, waarin c en d gehele getallen zijn met d>0, niet kan voldoen aan de ongelijkheden waardoor de Liouville-getallen gedefinieerd zijn. Aangezien elk rationaal getal op dergelijke wijze als c/d geschreven kan worden, zal hieruit volgen dat geen enkel Liouville-getal rationaal is.

Iets specifieker blijkt dat als n een geheel getal is waarvoor geldt dat 2n1>d, er dan geen enkel tweetal gehele getallen (p,q) met q>1 bestaat dat tegelijkertijd aan beide van de twee volgende ongelijkheden voldoet:

0<|xpq|<1qn

Stel p en q zijn gehele getallen met q>1. Dan geldt:

|xpq|=|cdpq|=|cqdp|dq

Als cqdp=0, is |xp/q|=0, waardoor (p,q) niet aan de eerste ongelijkheid voldoet. Als cqdp>0, geldt, vanwege het feit dat c,d,p en q alle geheel zijn, dat cqdp1. Hieruit volgt dat

|xpq|=|cqdp|dq1dq

Omdat 2n1>d, volgt hieruit dat

|xpq|1dq>12n1q1qn,

waaruit volgt dat (p,q) niet aan de tweede ongelijkheid voldoet.

Hieruit concluderen we dat er als 2n1>d, er geen tweetal (p,q) bestaat dat aan beide ongelijkheden voldoet. Rationale getallen kunnen dus geen Liouville-getallen zijn; dus alle Liouville-getallen zijn irrationaal.

Transcendentie

Alle Liouville-getallen zijn transcendent. Het bewijs hiervan begint met een lemma dat een bepaalde eigenschap van irrationale algebraïsche getallen beschrijft. Deze eigenschap ontbreekt bij Liouville-getallen, en omdat Liouville-getallen irrationaal zijn, volgt hieruit dat Liouville getallen transcendent zijn.

Lemma

Zij α een irrationaal nulpunt van de veelterm f van graad n>0 met gehele coëfficiënten, dan bestaat er een reëel getal A>0 zodanig dat voor alle gehele getallen p en q met q>0 geldt

|αpq|>Aqn
Bewijs

Zij M de maximale waarde van |f(x)| (de absolute waarde van de afgeleide van f) op het interval [α1,α+1]. Laat α1,α2,,αm de verschillende nulpunten van f zijn die ongelijk zijn aan α. Kies een getal A>0 dat voldoet aan

A<min(1,1M,|αα1|,|αα2|,,|ααm|)

Stel nu dat er gehele getallen p en q bestaan die het lemma tegenspreken. Dan geldt

|αpq|AqnA<min(1,1M,|αα1|,|αα2|,,|ααm|)

Dus p/q zit in het interval [α1,α+1]; p/q is geen nulpunt van f en er zijn ook geen nulpunten tussen p/q en α. Uit de middelwaardestelling volgt dat er een x0 tussen p/q en α bestaat zodat

f(α)f(pq)=(αpq)f(x0)

Aangezien α een nulpunt van f is, maar p/q niet, is |f(x0)|>0, en dus kunnen we de bovenstaande vergelijking als volgt herschikken:

|αpq|=|f(α)f(pq)||f(x0)|=|f(pq)||f(x0)|

De polynoom f is van de vorm i=0ncixi waarin elke ci geheel is; dus |f(p/q)| kan geschreven worden als

|f(pq)|=|i=0ncipiqi|=1qn|i=0ncipiqni|1qn

waarbij de laatste ongelijkheid geldt omdat p/q geen nulpunt is (dus |f(p/q)|>0) en omdat p en q, en alle ci geheel zijn.

Dus |f(p/q)|1/qn. Omdat f(x0)M vanwege de definitie van M, en 1/M>A vanwege de definitie van A, volgt hieruit dat

|αpq|=|f(pq)f(x0)|1Mqn>Aqn|αpq|

Dit is een contradictie, dus zulke p en q kunnen niet bestaan, waarmee het lemma bewezen is.

Bewijs van de bewering

Zij x een Liouville-getal. Dan is x irrationaal, zoals eerder bewezen is. Stel x is algebraïsch van graad n, dan bestaat er volgens het lemma een positief reëel getal A zodat voor alle gehele getallen p en q met q>1 geldt dat

|xpq|>Aqn

Zij r een positief geheel getal zodanig dat 1/2rA. Stel m=r+n. Omdat x een Liouville-getal is, bestaan er gehele getallen a en b met b>1 zodat

|xab|<1bm=1brbn12rbnAbn

wat het lemma tegenspreekt. Dus elk Liouville-getal is transcendent.

Zie ook