Kruisingsdriehoek

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gegeven twee driehoeken A1B1C1 en A2B2C2. De kruisingsdriehoek van deze driehoeken is de driehoek met hoekpunten:

  • A3 het snijpunt van lijnen B1C2 en B2C1
  • B3 het snijpunt van lijnen A1C2 en A2C1
  • C3 het snijpunt van lijnen A1B2 en A2B1

Met deze nieuwe driehoek is iedere driehoek de kruisingsdriehoek van de andere twee. De drie driehoeken hebben hier index 1, 2 en 3. A1B1C1 wordt in de meeste gevallen als referentiedriehoek gezien en A3B3C3 heet de kruisingsdriehoek van A2B2C2.

Configuratie

Als A1B1C1 en A2B2C2 perspectief zijn, zijn A1B1C1 en A3B3C3 dat ook, evenals A2B2C2 en A3B3C3.

Voor de drie perspectiviteitscentra D1 van A2B2C2 en A3B3C3, D2 van A1B1C1 en A3B3C3 en D3 van A1B1C1 en A2B2C2 geldt, dat ze op één lijn liggen. Deze lijn heet de perspectiviteitsas van de drie driehoeken.

Hierdoor vormen de viertallen punten AiBiCiDi voor i=1,2 en 3 de projectie op het platte vlak van een desmische configuratie. Om die reden worden, als A1B1C1 als referentiedriehoek wordt gezien, A2B2C2 en A3B3C3 desmisch gekoppeld genoemd.[1]

Gekanteld

We kunnen de kruisingsdriehoeken kantelen: ook elk van de driehoeken A1A2A3, B1B2B3 en C1C2C3 is kruisingsdriehoek van de andere twee. Bovendien als de driehoeken A1B1C1 en A2B2C2 perspectief zijn, dan is elk paar van deze drie dat ook. Met de punten

  • A4=A1A2A2A3A1A3
  • B4=B1B2B2B3B1B3
  • C4=C1C2C2C3C1C3

op de perspectiviteitsas, krijgen we weer een desmische configuratie.

Bijzondere gevallen

Sjabloon:Appendix