Kleine stelling van Fermat

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De kleine stelling van Fermat zegt dat voor ieder priemgetal p en ieder geheel getal a geldt:

apamodp

De stelling is genoemd naar Pierre de Fermat (1601 of 1606/7 - 1665).

Als a en p onderling ondeelbaar zijn is de stelling equivalent met de uitspraak:

ap11modp

Als a een veelvoud van p is, geldt:

ap10modp

De stelling wordt bijvoorbeeld gebruikt om bij modulair rekenen de restklasse van een groot getal uit te rekenen en is in 1736 door Leonhard Euler bewezen.

Sjabloon:Uitklappen

Pseudo-priemgetallen

Het omgekeerde van de kleine stelling van Fermat is niet algemeen geldig. Als voor zekere gehele a en k geldt dat

akamodk,

dan is k niet noodzakelijk een priemgetal.

Een getal q dat geen priemgetal is, maar waarvoor geldt dat

aqamodq

voor zekere a wordt een pseudopriemgetal genoemd. Als q de eigenschap heeft dat het bovengenoemde geldt voor elke a, dan heet q een carmichael-getal. Hierbij is de naam fermattest bedacht: als een getal r voldoet aan

aramodr

voor zekere a dan is r een priemgetal of een pseudo-priemgetal.

Er is bewezen dat er oneindig veel pseudo-priemgetallen bestaan, maar binnen de gehele getallen zijn de pseudo-priemgetallen wel 'dunner gezaaid' dan de priemgetallen.

Laatste stelling van Fermat

Sjabloon:Zie hoofdartikel

De kleine stelling van Fermat mag niet worden verward met de laatste stelling van Fermat, die zegt dat de vergelijking xn+yn=zn geen geheeltallige oplossing heeft verschillend van 0 voor alle gehele waarden van n groter dan 2. De stelling werd in november 1994 bewezen door de Britse wiskundige Andrew Wiles.

Literatuur