Isotomische verwantschap

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
P1 en P2 zijn isotomisch verwant.
D, E, F zijn de middens van BC, CA, AB.
Dan is ook: X1D=DX2, Y1E=EY2, Z1F=FZ2

.

In een driehoek ABC heten twee punten P1 en P2 isotomisch verwant als voor hun Ceva-driehoeken X1Y1Z1 en X2Y2Z2 geldt (zie de figuur rechts):

AZ1=BZ2,BX1=CX2,CY2=AY1

Ieder punt P dat niet op een zijde van een driehoek ligt, heeft volgens de stelling van Ceva een isotomisch verwant punt. Als P op Steiners omgeschreven ellips van de driehoek ligt, dan ligt het isotomisch verwante punt van P op de oneindig verre rechte.

Enkele bijzondere punten van een driehoek die isotomisch verwant zijn:

Involutie

Isotomische verwantschap kan als een involutie τ worden opgevat. In barycentrische coördinaten wordt de involutie gegeven door:

τ:(x:y:z)(yz:xz:xy)

Een rechte lijn wordt op een kegelsnede door de hoekpunten van een driehoek afgebeeld; namelijk op:

  • een ellips, als de lijn Steiners omgeschreven ellips niet snijdt,
  • een parabool, als de lijn Steiners omgeschreven ellips raakt,
  • een hyperbool, als de lijn Steiners omgeschreven ellips snijdt .

Overige

  • Bij uitbreiding wordt wel gezegd dat elk hoekpunt van een driehoek isotomisch verwant is met elk punt van de overstaande zijde.
  • Isogonale verwantschap bij een driehoek legt een verband tussen twee punten, waarbij een gelijkheid tussen hoeken geldt.