Grothendieck-groep

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de groepentheorie, een deelgebied van de abstracte algebra, is de grothendieck-groep van een gegeven commutatieve halfgroep een in een bepaald opzicht kleinste abelse groep die de gegeven halfgroep omvat. Dat houdt in dat elke abelse groep die een homomorf beeld van de gegeven halfgroep H bevat, ook een homomorf beeld van de grothendieck-groep 𝒢(H) van H bevat.

De grothendieck-groep ontleent zijn naam aan de meer algemene constructie in de categorietheorie, die door Alexander Grothendieck in het midden van de jaren 1950 werd geïntroduceerd in zijn fundamentele werk, dat resulteerde in de ontwikkeling van de K-theorie. wat leidde tot zijn bewijs van de stelling van Grothendieck-Riemann-Roch.

Universele eigenschap

De grothendieck-groep kan beschreven worden met behulp van de zogeheten universele eigenschap:

Bij iedere commutatieve halfgroep H is er een abelse groep 𝒢(H) en een halfgroephomomorfisme ϕH:H𝒢(H) waarvoor geldt dat bij iedere groep G en ieder halfgroephomomorfisme ϕ:HG precies één groepshomomorfisme ψ:𝒢(H)G is met ϕ=ψϕH.

Constructie

De grothendieck-groep 𝒢(H) van de commutatieve halfgroep H is bepaald door de volgende constructie. Op het cartesisch product H2 is een equivalentierelatie gegeven door:

(a1,b1)(a2,b2)

als er een cH is, waarvoor

a1+b2+c=a2+b1+c

Dat dit een equivalentierelatie is, laat zich gemakkelijk bewijzen. De equivalentieklassen {[(a,b)]} vormen de grothendieck-groep:

𝒢(H)=H2/,

met als groepsbewerking:

[(a1,b1)]+[(a2,b2)]=[(a1+a2,b1+b2)],

als neutraal element de klasse

[(a,a)]

en als tegengestelde

[(a,b)]=[(b,a)]

Met het halfgoephomomorfisme ϕH:H𝒢(H), gedefinieerd door:

ϕH(a)=[(a+a,a)],

voldoen 𝒢(H) en ϕH aan de voorwaarden van de universele eigenschap.

Equivalentierelatie

De genoemde relatie is inderdaad een equivalentierelatie, want:

  1. (a,b)(a,b), aangezien a+b+a=a+b+a
  2. als (a1,b1)(a2,b2), dan ook (a2,b2)(a1,b1), aangezien a1+b2+c=a2+b1+c
  3. als (a1,b1)(a2,b2) en (a2,b2)(a3,b3), zijn er c,cH met a1+b2+c=a2+b1+c en a2+b3+c=a3+b2+c, zodat a1+b3+(a2+b2+c+c)=(a1+b2+c)+(a2+b3+c)= =(a2+b1+c)+(a3+b2+c)=a3+b1+(a2+b2+c+c), en dus (a1,b1)(a3,b3)

Groepseisen

De geconstrueerde grothendieck-groep 𝒢(H) is inderdaad een abelse groep, want de groepsbewerking is commutatief, aangezien H commutatief is, en

[(a,b)]+[(c,c)]=[(a+c,b+c)]=[(a,b)]
[(a,b)]+[(b,a)]=[(a+b,b+a)]=[(a+b,a+b)], dus het neutrale element

Universele eigenschap

De groep 𝒢(H) en het groepshomomorfime ϕH voldoen aan de universele eigenschap.

Stel namelijk dat voor

ϕ:HG
ψ:𝒢(H)G
ψ:𝒢(H)G

geldt

ϕ=ψϕH

en ook

ϕ=ψϕH

dus

ϕ(a)=ψϕH(a)=ψ([a+a,a])

en

ϕ(a)=ψϕH(a)=ψ([a+a,a])

Dan is

ψ([a,b])=ψ([a+a+b,b+a+b])=ψ([a+a,a]+[b,b+b])=
=ψ([a+a,a]ψ([b+b,b])=ψ([a+a,a])ψ([b+b,b])=
=ψ([a+a,a])+ψ([b,b+b])=ψ([a+a+b,a+b+b])=ψ([a,b])

dus

ψ=ψ