Geometrografie

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Émile Lemoine - Géométrographie

Onder geometrografie wordt in de wiskunde verstaan de studie van de complexiteit van constructies van meetkundige figuren met passer en (ongemerkte) liniaal (verder afgekort als p&l). Een constructie van een figuur gebaseerd op deze theorie is een geometrografische constructie.[1]

P&L-constructies

De basis voor de geometrografie is in 1888 gelegd door de Franse civiel ingenieur en wiskundige Émile Lemoine (1890-1912). Hij noemde zijn theorie géométrographie.[2] Eerder hebben wiskundigen als Lorenzo Mascheroni (1750-1800) en Jakob Steiner (1796-1863) zich met de theorie van de p&l-constructies bezig gehouden.[3][4]

Het is bekend dat een p&l-constructie van een figuur vaak op meer manieren (in een verschillend aantal stappen, met andere ‘tussenobjecten’) kan worden uitgevoerd.

Een constructie

De opdracht luidt: Construeer met p&l de loodlijn n op een gegeven lijn l in een gegeven punt A van die lijn l. Hieronder staan de constructiestappen, in twee verschillende gevallen (zie figuur I en figuur II):

Constructievoorbeeld
Constructievoorbeeld
Constructiestap I (links) II (rechts)
1. Punt B op l Punt M buiten l
2. Cirkel(A,AB)=Γ1 Cirkel(M,MA)=Γ
3. Snijpunt(en)(l,Γ1)=C Snijpunt(en)(l,Γ)=B
4. Cirkel(C,CB)=Γ2 Lijn(B,M)=m
5. Cirkel(B,BC)=Γ3 Snijpunt(en)(m,Γ)=C
6. Snijpunt(en)(Γ2,Γ3)=D Lijn(C,A)=n
7. Lijn(D,A)=n

Op de vraag welke van deze beide p&l-constructies, objectief gezien, de grootste complexiteit heeft, geeft de door Lemoine ontwikkelde methode in ieder geval een antwoord.

Overigens, de geometrografische methode is slechts korte tijd en in een klein aantal landen (Frankrijk, Engeland, België, Duitsland) gebruikt.[5] De theorie staat evenwel weer in de belangstelling vanwege het onderzoek naar de complexiteit bij computergestuurd construeren.[6]

Geometrografische basisconstructies

In de geometrografie beperkt men zich bij de geometrografische beschrijving tot vijf elementaire constructies, waarmee, zo nodig herhaald, alle p&l-constructies kunnen worden beschreven.

Bewerking Notatie
1. Het leggen van de liniaal door één bestaand punt R1
2. Daadwerkelijk tekenen van een rechte lijn door twee bestaande punten R2
3. Een passerpunt plaatsen op een bestaand punt C1
4. Een passerpunt plaatsen op een willekeurig punt van een rechte lijn of van een cirkel C2
5. Daadwerkelijk tekenen van een cirkel C3

Indien de bewerking X(=Ri,Ci) in een constructiebeschrijving n keer voorkomt, dan wordt dat genoteerd als nX. Daarbij is: R = (fr) règle = liniaal en C = (fr) cercle = cirkel.

Voorbeelden

  • Het leggen van de liniaal door twee gegeven punten wordt geschreven als 2R1. Als daarna, zonder de liniaal te verplaatsen, de rechte lijn door die twee punten getekend wordt, dan wordt dat geschreven als 2R1+R2.
  • Het tekenen van een driehoek als de hoekpunten gegeven zijn, geeft 4R1+3R2.
  • Het plaatsen van een passerpunt in een bepaald punt om vervolgens de andere passerpunt in een ander bepaald punt te plaatsen is 2C1 (“een afstand in de passer nemen”). Een constructie beginnen met het tekenen van een willekeurige cirkel wordt beschreven met C3.

Elke meetkundige constructie leidt dan tot een uitdrukking van de vorm:

G=p1R1+p2R2+q1C1+q2C2+q3C3

waarin de coëfficiënten pi, qi het aantal keer aangeven dat de bijbehorende bewerking is uitgevoerd.

Complexiteit

Lemoine noemde het getal B=p1+p2+q1+q2+q3 – dat is dus het aantal bewerkingen (B) – de coefficient de simplicité (kortweg simplicité), maar dat lijkt tegenstrijdig, omdat de ‘eenvoud’ van de constructie groter is naarmate het getal B kleiner is.

De nauwkeurigheid (exactheid, E) van de constructie is slechts afhankelijk van de bewerkingen R1, C1 en C2. Dit zijn immers de bewerkingen waarbij, met het in de praktijk uitvoeren van de constructie, fouten kunnen worden gemaakt. Lemoine noemde het getal E=p1+q1+q2 coefficient d’exactitude (kortweg exactitude) van de constructie.

G, B en E

Lemoine behandelde in zijn boek Géométrographie meer dan 60 constructies uit de elementaire meetkunde, zoals (en let wel, de volgorde van de constructiestappen is uit G niet af te leiden):

  • De constructie van een rechte hoek (waarvan niets gegeven is), met:
G=4R1+3R2+C3;B=8;E=4
  • De constructie van het middelpunt van een gegeven cirkel, als het middelpunt niet zichtbaar is, met:
G=4R1+2R2+3C2+3C3;B=12;E=7
  • De constructie van het lijnstuk met lengte x, dat middelevenredig is tussen twee gegeven lijnstukken met lengte a en b (dus zo dat x2=ab), met:
G=4R1+3R2+12C1+C2+8C3;B=28;E=17

Zie ook

Literatuur

Sjabloon:Appendix

  1. Sjabloon:Aut The Geometrography of Euclid’s Problems. In: Proceedings of the Edinburgh Mathematical Society; vol. 12, pp. 2-16. Via: Cambridge University Press (PDF-bestand). Gearchiveerd op 18 juni 2018.
  2. Sjabloon:Aut Géométrographie ou Art des constructions géométriques. Paris: C. Naud; Scientia, nr. 18.
  3. Sjabloon:Aut Die geometrischen Konstruktionen, ausgeführt mittels einer geraden Linie und eines festen Kreises. Berlin: Ferdinand Dümmler. Via: Google Boeken. Gearchiveerd op 14 juli 2023.
  4. Sjabloon:Aut Geometria del Compasso. Padua: Pietro Galeazzi.
  5. Sjabloon:Aut Bemerkungen zur Geometrographie von M. E. Lemoine. In: Zeitschriftenband 1903, Jahresbericht der Deutschen Mathematiker-Vereinigung; pp. 113 – 115. Via: DigiZeitschriften.
  6. Sjabloon:Aut Statistical accuracy of geometric constructions. Via: Survo, Finland (PDF-bestand).