Equipartitiebeginsel

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Simulatie van de thermische beweging van moleculen

Het equipartitiebeginsel of equipartitietheorema is een principe uit de statistische thermodynamica dat stelt dat in thermisch evenwicht bij temperatuur T elke vrijheidsgraad gemiddeld dezelfde energie E heeft:

E=12kBT

Daarbij is kB de boltzmannconstante. Voor deeltjes met f vrijheidsgraden geldt dus:

E=12fkBT

Het equipartitiebeginsel geldt voor die vrijheidsgraden waarvan de variabelen in de formule voor de energie, dat wil zeggen in de Hamiltonfunctie, als kwadraat voorkomen. Voorts mogen deze vrijheidsgraden niet „bevroren” zijn, dat wil zeggen dat de vrijheidsgraad werkelijk geëxciteerd moet kunnen worden. Zo worden bijvoorbeeld molecuultrillingen van „kleine moleculen” zoals HA2 of OA2 bij kamertemperatuur niet geëxciteerd omdat de voor de overgang naar de laagste aangeslagen toestand benodigde energie niet wordt bereikt.

Vrijheidsgraden waarvan de variabelen niet in de hamiltonfunctie voorkomen, dragen natuurlijk niet bij aan de energie; voor vrijheidsgraden die anders dan in zuiver kwadratische vorm voorkomen, is de energie niet zo eenvoudig te berekenen.

Voorbeelden

Soortelijke warmte van gassen

Uit het equipartitiebeginsel kan bijvoorbeeld de warmtecapaciteit (soortelijke warmte) CV worden berekend. Eerst beschouwen we een eenatomig gas (edelgas):

De energie van het gas wordt gegeven door de kinetische energie van zijn atomen. Voor ieder atoom geldt:

E=12mv2=12m(vx2+vy2+vz2)

waarin m de massa van het atoom is, en vi de componenten van de snelheidsvector. Per atoom zijn er dus drie vrijheidsgraden die een kwadratische vorm hebben, dus de gemiddelde energie per atoom bedraagt:

E=32kBT

Door differentiëren naar de temperatuur T volgt daaruit een warmtecapaciteit CV van 32kB per atoom, dus

CV=32NkB

voor een eenatomig gas met N atomen.

Bij tweeatomige gasmoleculen, zoals waterstof (HA2), zuurstof (OA2) of stikstof (NA2), moet bovendien rekening worden gehouden met twee rotatievrijheidsgraden (rotatie om de molecuulas, dus om de derde ruimtelijke richting, is niet van belang, en de molecuultrillingen zelf zijn „bevroren”). Er zijn hier dus vijf vrijheidsgraden, zodat:

CV=52NkB

voor een gas met N moleculen.

Warmtecapaciteit van vaste stoffen

Bij vaste stoffen kan trilling van de atomen om hun rusttoestand worden benaderd door de potentiaal van een harmonische oscillator. Per ruimtelijke richting i wordt de bijbehorende energie gegeven door:

Ei=12mvi2+12mxi2ω02

waarin ω0 de hoekfrequentie van de oscillator is, en xi de uitwijking van het atoom ten opzichte van zijn rustpositie in richting i. De eerste term is de kinetische energie en de tweede de potentiële energie. Er komen per atoom en per ruimtedimensie dus twee vrijheidsgraden als kwadraat voor. In drie dimensies zijn dat dus zes vrijheidsgraden. Daarmee is de gemiddelde energie per atoom

E=62kBT=3kBT

Bij N atomen moeten dus 6N vrijheidsgraden worden beschouwd. Daaruit volgt rechtstreeks voor de warmtecapaciteit:

C=3NkB

Deze vergelijking staat bekend als de wet van Dulong en Petit. Ook hier geldt dat de vrijheidsgraden niet „bevroren” mogen zijn (de temperatuur moet ruimschoots beneden de debye-temperatuur liggen). Anders kan de warmtecapaciteit alleen met het debye-model worden berekend.

Afleiding

Onderstaand wordt het equipartitiebeginsel afgeleid voor klassieke systemen. Daarbij wordt uitgegaan van een afgesloten systeem dat energetisch is gekoppeld aan een warmtebad. Er kan dan gebruik worden gemaakt van het kanoniek ensemble.

Men beschouwt daartoe het ensemblegemiddelde van xiHxj, waarbij xi voor (gegeneraliseerde) plaatscoördinaten (qi) of voor (gegeneraliseerde) impulscoördinaten (pi) kan staan. De grootheid H is de hamiltonfunctie van het systeem.

xiHxj=1ZxiHxjeβHdΓ=1βZxieβHxjdΓ

De integratie geschiedt over de toegankelijke faseruimte. β=1kT stelt de inverse temperatuur voor, Z=eβHdΓ de kanonieke toestandsom. Partiële integratie leidt tot:

xiHxj=1βZxixjeβHdΓ1βZ[xieβH]xj=axj=b

waarbij men veronderstelt dat eβH voor grote xj voldoende snel afneemt, zodat de randtermen kunnen worden verwaarloosd:

xiHxj=δijβZeβHdΓ=δijβ

De meest algemene formulering van het equipartitieprincipe voor klassieke systemen in thermisch evenwicht luidt:

xiHxj=kTδij

De afleiding werd hier met behulp van het kanoniek ensemble uitgevoerd. Het kan echter ook met microkanonieke ensembles.

Toepassingen

Uit het algemene equipartitieprincipe kan worden geconcludeerd dat elke variabele die kwadratisch in de hamiltonfunctie voorkomt, voor kT/2 aan de gemiddelde energie bijdraagt:

H=axi2+f(xj)

dus

kT=xiHxi=2axi2

zodat

axi2=12kT

Dit geldt ook algemeen voor de kwadratische vorm:

H=i,jxiaijxj

Omdat xixj=δijxi2 is

H=i,jxiaijxj=iaiixi2=NkT2

Eenatomig ideaal gas

Voor N deeltjes zonder wisselwerking (eenatomig ideaal gas) in drie ruimtelijke dimensies bestaat de hamiltonfunctie alleen uit het kinetische aandeel:

H=Ekin=i=1N𝐩i22m=j=13Npj22m

Toepassing van bovenstaand resultaat

kT=pjHpj=2pj22m

levert:

Ekin=j=13Npj22m=3NkT2

Dat wil zeggen dat per translatievrijheidsgraad (hier 3N) de gemiddelde kinetische energie kT/2 bedraagt.

Tweeatomig ideaal gas

Voor een tweeatomig ideaal gas, dat wil zeggen dat de afzonderlijke moleculen niet met elkaar wisselwerken, luidt de hamiltonfunctie met verwaarlozing van de rotatie-vibratiekoppeling (constant traagheidmoment):

H=i=1Nhi

met

hi=12mtot(px2+py2+pz2)Translatie+12Θ(pφ2sin2ϑ+pϑ2)Rotatie+(pξ22mr+mrω2ξ22)Vibratie

waarin mtot de totale massa, mr de gereduceerde massa en Θ het traagheidsmoment van een molecuul is. Verder is ξ de uitwijking uit de evenwichtsafstand. In totaal zitten er dus zeven parameters kwadratisch in de hamiltonfunctie: px,py,pz,pφ,pϑ,pξ en ξ. Daaruit volgt:

h=72kTH=72NkT

Deze gemiddelde energie is dus alleen bij hoge temperaturen van toepassing, wanneer ook rotaties en vibraties thermisch geëxciteerd worden.

Thermische toestandvergelijking

Voor een reëel gas in een vat luidt de hamiltonvergelijking:

H=i=13Npi22m+VWand(q1,,q3N)+Φ(q1,,q3N)

waarin vWand de potentiaal tussen wand en deeltjes is en Φ de potentiaal tussen de deeltjes onderling. Voor een kubusvormig vat met ribbe L kan de wandpotentiaal bijvoorbeeld als volgt worden geschreven:

VWand=Ai=13N[Θ(qiL)+Θ(qi)]

Daarbij is de heaviside-functie Θ gebruikt. Toepassen van het equipartitiebeginsel levert:

3NkT=i=13NqiHqi=i=13NqiVWandqi+i=13NqiΦqi

Beschouwt men nu de eerste term in het rechterlid:

i=13NqiVWandqi=i=13NqiA[δ(qiL)δ(qi)]=i=13NLAδ(qiL)=LVWandL=LHL=LVLHV=3VHV

Hierbij is gebruikgemaakt van het feit dat de distributieve afgeleide van de heavisidefunctie de deltafunctie is. In de voorlaatste stap kon het volume L3worden ingevoerd. Vervolgens voert men een ensemblemiddeling in en gebruikt het feit dat de druk gedefinieerd is als p=H/V (zie bijvoorbeeld canoniek ensemble).

i=13NqiVWandqi=3VHV=3VHVp=3pV

Daarmee verkrijgt men de thermische toestandsvergelijking:

NkT=pV+13i=13NqiΦqiViriaal

Deze komt overeen met de algemene gaswet, die met een toestandsterm – de viriaal – is uitgebreid. De viriaal kan als machtreeks van de deeljesdichtheid N/V worden ontwikkeld (zie viriaaltheorema).

Literatuur

  • Schwabl, Franz: Statistische Mechanik. Springer-Verlag, Berlin, 3. Auflage 2006, Sjabloon:ISBN