Dichtheidsstelling van Lebesgue

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de maattheorie, een deelgebied van de wiskunde, stelt de dichtsheidsstelling van Lebesgue dat voor iedere lebesgue-meetbare verzameling A de 'dichtheid' van A in bijna elk punt van A gelijk is aan 1. Aangezien van een punt van de rand van A elke omgeving gedeeltelijk in A en gedeeltelijk buiten A ligt, is de dichtheid van A daar kleiner dan 1. De stelling betekent dus intuïtief dat de rand van A kan worden verwaarloosd. De stelling is genoemd naar de Franse wiskundige Henri Lebesgue.

Definitie

Laat λ de lebesgue-maat op de euclidische ruimte n en A een lebesgue-meetbare deelverzameling van n zijn. Definieer de 'dichtheid bij benadering' van A in een ε-omgeving van een punt xn als

dε(x)=λ(ABε(x))λ(Bε(x))

waarin Bε de bol aanduidt met straal ε en middelpunt x.

Stelling

De dichtheidsstelling van Lebesgue houdt in dat in bijna ieder punt x van een lebesgue-meetbare verzameling A de dichtheid van A:

d(x)=limε0dε(x)

bestaat en gelijk is aan 1.

Met andere woorden: voor elke lebesgue-meetbare verzameling A is de dichtheid van A bijna overal in n gelijk aan 0 of 1. Wel is het zo dat als λ(A)>0 en λ(nA)>0, er altijd punten van n zijn waarin de dichtheid van A noch 0, noch 1 is.

Gegeven een vierkant in het vlak is de dichtheid van elk punt binnen dit vierkant bijvoorbeeld gelijk aan 1, op de randen is de dichtheid gelijk aan 1/2, en in de hoekpunten is de dichtheid gelijk aan 1/4. Er zijn dus punten in het vlak waar de dichtheid noch 0, noch 1 is, maar hun aantal kan worden verwaarloosd.

Literatuur