Bissectricestelling

Uit testwiki
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
In deze schets geldt: BD : DC = AB : AC.

De bissectricestelling is een stelling uit de meetkunde die de verhouding geeft van de delen van de zijde tegenover een hoek van een driehoek ten opzichte van de naastliggende zijden van deze driehoek.

Beschouw een driehoek ABC en laat het punt D het snijpunt van de bissectrice van hoek A en de zijde BC zijn. De bissectricestelling zegt dat de verhouding tussen de lengte van het lijnstuk BD en de lengte van het lijnstuk DC gelijk is aan de verhouding tussen de lengte van de zijde AB en de lengte van de zijde AC. In formule :

|AB||AC|=|DB||DC|

De gegeneraliseerde stelling zegt dat in een driehoek ABC voor een punt D op de zijde BC geldt:

|BD||DC|=|AB|sinDAB|AC|sinDAC

Bewijs

De driehoek uit het bewijs. Hierin is de hoek · recht.

Laat B1 het punt zijn waar de loodlijn uit B op AD de lijn AD snijdt en laat C1 het punt zijn waar de loodlijn uit C op AD de lijn AD snijdt. Dan zijn de hoeken DB1B en DC1C recht, terwijl de hoeken B1DB en C1DC congruent (overstaand) zijn als D op het lijnsegment BC ligt. Als dit niet het geval is, zijn de hoeken identiek. Dit impliceert dat de driehoeken DB1B en DC1C gelijkvormig zijn, zodat geldt:

|BD||CD|=|BB1||CC1|=|AB|sinBAD|AC|sinCAD

Is AD de bissectrice van hoek A, dan zijn BAD en CAD aan elkaar gelijk, dus ook de sinussen, waardoor de sinus in de teller en in de noemer van de breuk tegen elkaar weggedeeld kunnen worden.

Geschiedenis

Deze stelling komt al in Boek VI van de Elementen van Euclides voor als « Propositie III ».

Sjabloon:References