Stelling van Riesz-Fischer

Uit testwiki
Versie door imported>Somnubalist op 17 sep 2023 om 08:31
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de analyse, een deelgebied van de wiskunde, is de oorspronkelijke vorm van de stelling van Riesz-Fischer een stelling over een eigenschap van de L2-ruimte van kwadratische integreerbare functies. De stelling werd in 1907 onafhankelijk van elkaar bewezen door Frigyes Riesz en Ernst Sigismund Fischer.

In de literatuur komen inmiddels varianten en generalisaties van deze stelling voor.

Klassieke vorm

Als (φn) een orthonormaal stelsel is in L2([a,b]) en (an) een rij reële getallen, dan convergeert de reeks an2 dan en slechts dan als er een functie f is zodanig dat voor iedere n geldt

abf(x)φn(x)dx=an

Dit oorspronkelijke resultaat van Riesz is nu een speciaal geval van basisfeiten over reeksen orthogonale vectoren in hilbertruimten.

Moderne vorm

De huidig gebruikelijke vorm van de stelling zegt dat een meetbare functie op het interval [π,π] dan en slechts dan kwadratisch integreerbaar is, als de bijbehorende fourierreeks convergeert in de L2-norm.

Dat houdt in dat voor een kwadratisch integreerbare functie f de partiële sommen

SNf(x)=n=NNFneinx

van de fourierreeks van f, waarin Fn de n-de fouriercoëfficiënt is:

Fn=12πππf(x)einxdx

in L2-norm convergeren naar f, dus

limNSNff2=0

En omgekeerd, dat als ,a2,a1,a0,a1,a2, een tweezijdige rij complexe getallen is, waarvoor

n=|an|2<,

er een kwadratisch integreerbare functie f bestaat, waarvan de getallen an de fouriercoëfficiënten zijn.

Deze vorm van de stelling van Riesz–Fischer is sterker dan de ongelijkheid van Bessel, en kan gebruikt worden om de gelijkheid van Parseval voor fourierreeksen te bewijzen.