Wortelsysteem

Uit testwiki
Versie door imported>RonaldB op 4 dec 2024 om 12:35 (Wijzigingen van 78.29.194.218 (Overleg) teruggedraaid naar de laatste versie van Madyno)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de groepentheorie en de meetkunde, deelgebieden van de wiskunde, is een wortelsysteem een configuratie van vectoren in een Euclidische ruimte, die voldoet aan bepaalde meetkundige eigenschappen. Het concept is fundamenteel in de theorie van de Lie-groepen en de Lie-algebra's. Aangezien Lie-groepen (en sommige analoga ervan, zoals algebraïsche groepen) en Lie-algebra's in de twintigste eeuw belangrijk zijn geworden in veel deelgebieden van de wiskunde, logenstraft het ogenschijnlijk specifieke karakter van het wortelsysteem het grote aantal gebieden, waarbinnen het "wortelsysteem"-concept wordt toegepast. Verder komt het classificatieschema voor wortelsystemen, door middel van Dynkin-diagram, in deelgebieden van de wiskunde, die geen nauwe relatie hebben met de Lie-theorie (zoals de singulariteitstheorie). Ten slotte zijn wortelsystemen ook op zichzelf belangrijk, zoals in de grafentheorie en in de studie van eigenwaarden.

Definitie

Een wortelsysteem in een vectorruimte V over een lichaam (Ned) / veld (Be) K met karakteristiek 0 is een deelverzameling R met de eigenschappen:

  1. R is eindig en bevat niet de 0.
  2. R is een voortbrengend systeem van V.
  3. Bij iedere αR is er een lineaire functionaal α~V* waarvoor geldt:
    • voor βR is α~(β).
    • α~(α)=2
    • De lineaire afbeelding sα:VV met sα(x)=xα~(x)α beeldt R af op R.

De elementen van een wortelsysteem heten wortels.

Voorbeeld

De zes vectoren van het wortelsysteem A2.

Zij α,α>0,β=12α+12α3i en γ=α+β, dan vormen de zes vectoren α,α,β,β,γ,γ in =2 een wortelsysteem, dat wordt aangeduid met A2.

Duidelijk is dat A2 eindig is, niet 0 bevat en de hele 2 voortbrengt. Verder geldt voor

  • α~(x+iy)=2x/α dat α~(α)=2, α~(β)=1 en dus geldt ook voor de andere elementen zA2 dat α~(z). En voor de lineaire afbeelding sα(x+iy)=x+iyα~(x+iy)α=x+iy, dus spiegeling om de "y"-as, geldt:
sα(α)=α
sα(β)=α+β
dus beeldt sα inderdaad A2 af op A2.
  • β~(x+iy)=x/α+iy3/α dat β~(β)=2, β~(α)=1 en dus geldt ook voor de andere elementen zA2 dat β~(z). En voor de lineaire afbeelding sβ geldt:
sβ(β)=β2β=β
sβ(α)=α+β
dus spiegeling om de loodlijn op β door 0. Ook sβ beeldt A2 af op A2.

Ook voor de andere elementen zA2 blijken de afbeeldingen sz spiegelingen te zijn om de loodlijn op z door O, en dus afbeeldingen van A2 op A2.

Bronvermelding