Legendre-polynoom

Uit testwiki
Versie door imported>Suzuki Liana op 7 jan 2024 om 09:55 (growthexperiments-addlink-summary-summary:2|1|0)
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

In de wiskunde is een legendre-polynoom een oplossing van de differentiaalvergelijking van Legendre. Soms echter bedoelt men de geassocieerde legendre-polynoom.

Differentiaalvergelijking

De vergelijking waarvan de polynomen een oplossing vormen luidt:

ddx[(1x2)ddxP(x)]+n(n+1)P(x)=0

Beide zijn vernoemd naar de Franse wiskundige Adrien-Marie Legendre. De vergelijking komt regelmatig voor in de natuurkunde en de toegepaste wetenschappen, omdat de laplace-vergelijking in bolcoördinaten de gedaante van deze differentiaalvergelijking van Legendre heeft (althans voor rotatie-symmetrische gevallen, voor de θ-afhankelijkheid, waarbij θ de polaire hoek is)[1].

Een standaardmethode voor de oplossing van deze vergelijking is ontwikkeling van een machtreeks. De oplossing convergeert wanneer |x|<1. Bovendien is de waarde eindig voor x=±1, vooropgesteld dat n een niet-negatief geheel getal is. In dat geval vormen de oplossingen van de vergelijking een reeks van orthogonale polynomen, de legendre-polynomen

Iedere legendre-polynoom Pn(x) is een veelterm van graad n en kan uitgedrukt worden met de formule van Rodrigues:

Pn(x)=12nn!dndxn[(x21)n]

Orthogonaliteit

Een belangrijke eigenschap van de legendre-polynomen is dat zij, zoals hierboven reeds vermeld, orthogonaal zijn met betrekking tot het L2 inproduct op het interval 1x1:

11Pm(x)Pn(x)dx=22n+1δmn

Daarin is δmn de kronecker-delta die gelijk is aan 1 als m=n en anders nul.

Een andere manier om de polynomen af te leiden is gebruik te maken van de gram-schmidtmethode op het inproduct van de polynomen {1,x,x2,} De reden voor de orthogonaliteit van de polynomen is dat de legendre-vergelijking gezien kan worden als een sturm-liouvillevraagstuk

ddx[(1x2)ddx]P(x)=λP(x),

waar de eigenwaarde λ overeenkomt met n(n+1).

Een andere belangrijke eigenschap van legendre-polynomen stelt dat:

11f(x)Pn(x)dx=0

zodra f(x) een veelterm is van graad strikt kleiner dan n.

Voorbeelden van legendre-polynomen

De eerste legendre-polynomen zijn:

n Pn(x) normalisatiefactor
0 1 12
1 x 32
2 12(3x21) 52
3 12(5x33x) 72
4 18(35x430x2+3) 92
5 18(63x570x3+15x) 112
6 116(231x6315x4+105x25) 132

In de onderstaande figuur staan de grafieken van de eerste zes legendre-polynomen.

Toepassingen in de natuurkunde

Legendre-polynomen bewijzen hun nut bij de reeksontwikkeling van functies zoals

1|𝐱𝐱|=1r2+r22rrcosγ=k=0rkrk+1Pk(cosγ)

hierbij zijn r en r respectievelijk de lengte van de vectoren 𝐱 en 𝐱 en γ is de hoek tussen de beide vectoren. Deze ontwikkeling is geldig als r>r.

Deze uitdrukking wordt bijvoorbeeld gebruikt om de potentiaal van een puntlading te vinden zoals deze ondervonden wordt in het punt 𝐱 wanneer de lading zich op punt 𝐱 bevindt. De ontwikkeling is vooral van nut wanneer men een integraal over een continue ladingsverdeling wil berekenen.

Legendre-polynomen komen voor als oplossingen van de laplace-vergelijking en de poissonvergelijking voor de potentiaal 2Φ(𝐱), indien bolcoördinaten worden gebruikt. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de methode van scheiding van variabelen en wordt axiale symmetrie verondersteld, zodat er geen afhankelijkheid is van de azimuthale hoek. 𝐳^ staat voor de symmetrieas en θ is de hoek tussen de waarnemer en de as 𝐳^. De oplossing is dan:

Φ(r,θ)=k=0[Akrk+Bkr(k+1)]Pk(cosθ)

Ak and Bk moeten voor de randvoorwaarden van het betreffende probleem bepaald worden [2].

Legendre-polynomen in multipoolontwikkelingen

Figuur 2

De legendre-polynoom is ook van nut bij een reeksontwikkeling van de vorm

11+η22ηx=k=0ηkPk(x)

In feite is dit dezelfde ontwikkeling als hierboven in een wat andere vorm die voortvloeit uit de reeksontwikkeling van multipolen. De linkerzijde van de vergelijking genereert legendre-polynomen

Bijvoorbeeld, de elektrische potentiaal Φ(r,θ) in bolcoördinaten die voortvloeit uit een puntlading op de z-as in het punt z=a (Fig. 2) is te schrijven als

Φ(r,θ)1R=1r2+a22arcosθ

Als de straal r vanaf het punt van waarneming 𝐏 veel groter is dan a, is het mogelijk de potentiaal te ontwikkelen tot legendre-polynomen:

Φ(r,θ)1rk=0(ar)kPk(cosθ)

hierbij is η=a/r<1 x=cosθ genomen.

In het omgekeerde geval ra kunnen we ook ontwikkelen tot een legendre-polynoom, wanneer we de rol van r en a omkeren:

Overige eigenschappen

Legendre-polynomen zijn om en om symmetrisch en antisymmetrisch:

Pk(x)=(1)kPk(x)

Aangezien de differentiaalvergelijking en de orthogonaliteit onafhankelijk zijn van de schaal zijn is de veelterm van nature gestandaardiseerd. Dit betekent dat Pk(1)=1.

Soms noemt men dit genormaliseerd, maar dit is wat verwarrend omdat de norm niet een is, immers:

11Pm(x)Pn(x)dx=22n+1δmn

Een orthonormale versie van de polynoom kan verkregen worden door toevoeging van een normalisatiefactor n+12

Pn,norm(x)=n+122nn!dndxn(x21)n

De afgeleide aan de eindpunten wordt gegeven door:

Pk(1)=k(k+1)2

Legendre-polynomen kunnen opgebouwd worden door gebruik te maken van de relaties

(n+1)Pn+1=(2n+1)xPnnPn1

en

x21nddxPn=xPnPn1

Een nuttige uitdrukking bij het integreren van de veelterm is:

(2n+1)Pn=ddx[Pn+1Pn1]

Sjabloon:Appendix

  1. Lorrain and Corson, Electromagnetic fields and waves, 2nd ed., Freeman, San Francisco 1970, p. 165
  2. Jackson, J.D. Classical Electrodynamics, 3rd edition, Wiley & Sons, 1999. page 103