Gram-schmidtmethode

Uit testwiki
Versie door imported>ChristiaanPR op 29 sep 2023 om 21:08
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie β†’ (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Eerste twee stappen van de gram-schmidtmethode

De gram-schmidtmethode is een algoritme waarmee in een vectorruimte voorzien van een inproduct van gegeven vectoren, die lineair onafhankelijk zijn, een orthogonaal stelsel wordt gemaakt dat dezelfde deelruimte opspant als de oorspronkelijke vectoren. De methode bepaalt achter elkaar van elke volgende vector de component die orthogonaal is met alle vorige. Die component wordt gevonden door het verschil te bepalen met de projectie op de deelruimte die door de vorige vectoren wordt opgespannen. Door de gevonden vectoren te normeren ontstaat een orthonormaal stelsel.

De methode is naar JΓΈrgen Pedersen Gram en Erhard Schmidt genoemd, maar is van oudere datum en werd al gevonden door Laplace en Cauchy. De methode is in de theorie van lie-groepen gegeneraliseerd door Kenkichi Iwasawa.

Methode

In een vectorruimte met inproduct , zijn de lineair onafhankelijke vectoren 𝐱1,𝐱2,,𝐱n gegeven. Er staat hieronder beschreven hoe de gram-schmidtmethode de orthogonale vectoren 𝐲1,𝐲2,,𝐲n berekent met dezelfde span als deze vectoren 𝐱. De vectoren 𝐲 worden in deze beschrijving niet genormeerd:

𝐲1=𝐱1

Vervolgens geldt voor i=2,,n:

𝐲i=𝐱ij=1i1𝐲j,𝐱i𝐲j,𝐲j𝐲j

De vector 𝐲i is dus gelijk aan 𝐱i waarvan eerst alle componenten zijn afgetrokken die al in de deelruimte liggen, die door de geconstrueerde orthogonale vectoren wordt opgespannen. De formule toont zo ook dat de projectie van 𝐱i op de ruimte opgespannen door die vectoren 𝐲1,𝐲2,,𝐲i1 de som is van de afzonderlijke projecties

𝐲j,𝐱i𝐲j,𝐲j𝐲j

Dat is alleen correct als 𝐲1,𝐲2,,𝐲i1 onderling orthogonaal zijn, omdat de projecties anders met elkaar interfereren en er te veel van 𝐱i wordt afgetrokken.

Voorbeeld 1

De drie vectoren

𝐱1=(3,1,2,1),𝐱2=(2,2,2,3),𝐱3=(2,1,3,2),

in ℝ4 met het gewone inproduct, zijn lineair onafhankelijk en spannen een driedimensionale deelruimte op. In deze deelruimte kan met de gram-schmidtmethode uit de drie gegeven vectoren een orthogonale basis {𝐛1,𝐛2,𝐛3} worden bepaald.

𝐛1=𝐱1=(3,1,2,1)
𝐛2=𝐱2𝐛1,𝐱2𝐛1,𝐛1𝐛1=(2,2,2,3)1515(3,1,2,1)=(1,1,0,2)
𝐛3=𝐱3𝐛1,𝐱3𝐛1,𝐛1𝐛1𝐛2,𝐱3𝐛2,𝐛2𝐛2=
=(2,1,3,2)1515(3,1,2,1)36(1,1,0,2)=12(1,1,2,0)

Het is na te gaan dat:

𝐛1,𝐛2=𝐛1,𝐛3=𝐛2,𝐛3=0

Voorbeeld 2

In de tweedimensionale reΓ«le vectorruimte van lineaire functies f(t)=p+qt op het interval [ 0,1 ], met inwendig product, zie het voorbeeld van een tweedimensionale functieruimte

f1,f2=01f1(t)f2(t) dt

wordt de basis die uit e1(t)=1 en e2(t)=t bestaat met de gram-schmidtmethode in een orthonormaal stelsel b1,b2 omgezet. Om te beginnen is

b1(t)=e1(t)=1.

De component b van e2 loodrecht op b1 is

b=e2b1,e2b1,b1b1=e212b1=t12

Normering van b geeft

b2(t)=bb=23 (t12)